Nieuws


Sectorgerichte pictogrammen en signalisatie aan voordeeltarief

Prevent Agri bereikte een unieke overeenkomst met OTM

OTM, het bedrijf waar de Federale overheid reeds meer dan 30 jaar beroep op doet voor de productie van de officiële plaat, heeft een uieke overeenkomst met Prevent Agri.

Sectorgerichte pictogrammen en signalisatie zijn vanaf heden te verkrijgen aan voordeeltarief via onderstaande bestelbonnen.

Bestelbon Pictogrammen

Bestelbon Signalisatie

 

Andere nieuwsberichten

Ongevalsonderzoek plukwagen

Ernstige verwondingen bij fruitplukker door plukwagen.

 

Een seizoenarbeider is reeds voor de 10e maal op hetzelfde bedrijf tewerkgesteld. Omwille van deze ervaring krijgt hij de opdracht om de plukwagen te besturen. Dagenlang gaat alles goed tot op een regenachtige dag. Tijdens het veranderen van rij glijdt de plukwagen plots weg van de lichte helling en komt op zijn zijkant in de gracht terecht. Één seizoenarbeider loopt zeer ernstige verwondingen op. Tot overmaat van ramp kunnen de seizoenarbeiders niemand contacteren én rijden de hulpdiensten zich vast in de wirwar van veldwegen.

Relaas van de feiten

Door de onverwachte regenval werd het terrein op sommige plaatsen zeer glad. Door de helling van het terrein gaat de wagen aan het schuiven. Een arbeider raakt gekneld onder de zijleuning en heeft ernstige verwondingen aan beide bovenbenen. Aangezien de werknemers geen instructies hadden gekregen tijdens hun onthaal, bleef iedereen tijdens het verplaatsen tussen de rijen op de plukwagen staan. Bijkomend werd het platform niet naar de onderste positie teruggebracht. Na het ongeval willen de werknemers de werkgever verwittigen, maar komen tot de conclusie dat ze geen telefoonnummer van de werkgever op zak hebben. Ze besluiten om de hulpdiensten te verwittigen, maar spreken geen Nederlands. Na enige tijd kunnen ze wel hun locatie beschrijven. De hulpdiensten raken echter niet zonder slag of stoot tot bij het ongeval.

Aandachtspunten om dergelijke ongevallen in de toekomst te vermijden:

-Zorg ervoor dat u als werkgever in eerste instantie de risico’s van alle werkzaamheden duidelijk in kaart brengt en communiceer deze, met de nodige maatregelen, ook duidelijk met de werknemers tijdens het onthaal.

-Wijs elke werknemer ook op zijn verantwoordelijk om, voordat hij het werk begint, de risico’s te beoordelen.

-Zorg ervoor dat de werknemers weten waar ze aan het werk zijn, hoe de werkgever gecontacteerd kan worden en wie ze moeten verwittigen in geval van nood (het installeren van de app 112.be kan hieraan tegemoet komen).

-Specifiek voor de werkzaamheden met de plukwagen:

  • Gebruik de veiligheidsinstructiekaart om de werknemer te wijzen op de risico’s die gepaard gaan met het gebruik van de plukwagen.
  • De bestuurder van de plukwagen heeft een veiligheidsfunctie:
    • hij dient dus jaarlijks op medische controle te gaan bij de bedrijfsarts.
    • De werkgever moet de bestuurder een opleiding geven of laten volgen om de plukwagen correct te besturen. Zorg ervoor dat deze opleiding aangetoond kan worden.
    • De werkgever moet de werknemer bekwaam verklaren om met de plukwagen te rijden.
  • Onderstreep zeker de noodzaak om enkel in de rijen met de werknemers op het platform te rijden en hamer op de noodzaak dat iedereen dient af te stappen op het einde van de rij.
  • Tijdens het transport (alle verplaatsingen buiten de rijen) dient het platform naar beneden gelaten te worden.
  • Er kan enkel gereden worden op vlakke terreinen. Indien er toch hellende vlakken zijn, zorg er dan voor dat hierop geen bochten genomen worden.
  • Zorg ervoor dat het personeel over een veilige plukwagen kan beschikken (noodstop, correct geplaatste ladder, tussenleuning…) en dat de werknemers deze ook correct gebruiken (platformvloer even breed uitschuiven als de leuningen…)
Lees meer

Ongevalsonderzoek oogletsel

Blijvend oogletsel door weggeslingerd voorwerp tijdens bosmaaien.

Een groenaannemer gebruikt een bosmaaier met slagmes om verwilderde begroeiing langsheen een openbare weg te maaien. Plotseling krijgt de arbeider een zware slag tegen het hoofd. Een stuk materiaal werd weg gekatapulteerd door het slagmes. Het oog van de arbeider wordt zwaar beschadigd en de kans op volledig herstel miniem.

Relaas van de feiten

Door een onverwachte wijziging in de planning van de werkzaamheden had de werknemer niet de juiste persoonlijke bescherming bij zich. Gezien de werf zich op enige afstand van het bedrijf lag, was er geen mogelijkheid om deze op te halen. Hierdoor begon de werknemer met maaien zonder eerst oog- of gelaatsbescherming op te zetten.

Aandachtpunten om dergelijke ongevallen in de toekomst te vermijden

Zorg ervoor dat u als werkgever in eerste instantie de risico’s van alle werkzaamheden duidelijk in kaart brengt en communiceer deze, met de nodige maatregelen, ook duidelijk met de werknemers. Wijs elke werknemer ook op zijn verantwoordelijk om, voordat hij het werk begint, de risico’s te beoordelen. Werkt uw werknemer met de bosmaaier? Zorg dat hij vooraf een heldere instructie krijgt en maak werkafspraken aan de hand van de veiligheidinstructiekaart.

  • Zorg voor een duidelijke planning.
  • Geef uw werknemer de persoonlijke beschermingsmiddelen die hij nodig heeft. Volgens de risicoanalyse zijn dat voor het werken met de bosmaaier:
    • veiligheidsschoenen met goede grip op de ondergrond;
    • soepel zittende werkhandschoenen, bij voorkeur van leer;
    • een veiligheidsbril, bij voorkeur in combinatie met een gelaatsscherm;
    • gehoorbescherming, bij voorkeur otoplastieken;
    • signaalkleding (voor langsheen de openbare weg);
    • beenbescherming: stevige werkkleding, een veiligheidsbroek of een bosmaaierbroek.
    • Spreek mensen die de persoonlijke beschermingsmiddelen niet dragen altijd daarop aan.
Lees meer

Synthetische herbiciden voor niet-professioneel gebruik verboden voor iedereen

Synthetische herbiciden werden reeds enige tijd geleden verboden voor particulieren en niet-professionelen. Met de publicatie van het KB is het vanaf heden voor IEDEREEN verboden om deze producten nog langer aan te kopen en te gebruiken.

Een nieuw koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 26 september 2018. Het doel van dit besluit is om een aantal herbiciden voor niet-professioneel gebruik te verbieden.

De verkoop en het gebruik van de volgende herbiciden zijn vanaf 6 oktober 2018 verboden, en dit voor zowel het professionele als het niet-professionele gebruik:

Toelating

Commerciële naam

Werkzame stof(fen)

10152G/B

ENVISION CARE

glyfosaat

10101G/B

ETNA T-FREE

glyfosaat

10193G/B

GALLUP GARDEN GEBRUIKSKLAAR/GALLUP GARDEN PRET A L'EMPLOI

glyfosaat

10536G/B

GALLUP HOME AND GARDEN

glyfosaat

10027G/B

GALLUP SUPER WEEDKILLER RTU

glyfosaat

10065G/B

GLYFALL GARDEN

glyfosaat

9569G/B

GLYFOS ENVISION 7,2 G/L

glyfosaat

1180G/P

HERBI TOTAL

glyfosaat

10035G/B

KB WEEDOL PLUS SPRAY

glyfosaat + diflufenican

10479G/B

NETOSOL KLAAR VOOR GEBRUIK/PRET A L'EMPLOI

glyfosaat

10478G/B

NETOSOL KLAAR VOOR GEBRUIK/PRET A L'EMPLOI SPRAY

glyfosaat

10192G/B

NETOSOL READY

glyfosaat

10191G/B

NETOSOL SPRAY

glyfosaat

10305G/B

NETOSOL SUPER

glyfosaat

10272G/B

NETOSOL ULTRA

glyfosaat

10186G/B

PANIC FREE GARDEN

glyfosaat

10567G/B

PREMAZIN FREE

glyfosaat

9445G/B

PROP'SOL

glyfosaat

9631G/B

PROP'SOL SPRAY

glyfosaat

10329G/B

RESOLVA 24 H KLAAR VOOR GEBRUIK - PRET A L'EMPLOI

glyfosaat + diquat

9708G/B

RESOLVA 24H

glyfosaat + diquat

9709G/B

RESOLVA 24H SPRAY

glyfosaat + diquat

10009G/B

ROUNDUP EXEL

glyfosaat

10004G/B

ROUNDUP EXTRA

glyfosaat

9901G/B

ROUNDUP FAST

glyfosaat + pelargonzuur

9953G/B

ROUNDUP GEL

glyfosaat

10592G/B

ROUNDUP GEL MAX

glyfosaat

10063G/B

ROUNDUP K360

glyfosaat

10422G/B

ROUNDUP OPTIMA

glyfosaat

10415G/B

ROUNDUP OPTIMA 60

glyfosaat

10402G/B

ROUNDUP OPTIMA PLUS

glyfosaat

10401G/B

ROUNDUP OPTIMA POWER

glyfosaat

8116G/B

ROUNDUP PLUS

glyfosaat

8069G/B

ROUNDUP SPRAY

glyfosaat + pelargonzuur

10010G/B

ROUNDUP SPRAY PUMP 'N GO

glyfosaat + pelargonzuur

10442G/B

TOTAL NET EASY

glyfosaat

10639G/B

TOTAL NET PRO

glyfosaat

10638G/B

TOTAL NET PRO SPRAY

glyfosaat

10573G/B

TOTAL NET ULTRA

glyfosaat

10574G/B

TOTAL NET ULTRA SPRAY

glyfosaat

9609G/B

ULTIMA

pelargonzuur + maleïnehydrazide

9610G/B

ULTIMA SPRAY

pelargonzuur + maleïnehydrazide

9841G/B

WEEDOL ULTRA

glyfosaat + pyraflufen-ethyl

9842G/B

WEEDOL ULTRA SPRAY

glyfosaat + pyraflufen-ethyl

10734G/B

ZAPPER SPRAY

glyfosaat + diflufenican

Een procedure voor de intrekking van de toelatingen zal worden opgestart volgens artikel 29 §1 van het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik, met een beroepstermijn van 3 maanden. In overeenstemming met artikel 29 §4 van dat besluit zal de intrekking van de toelatingen na 6 maanden in werking treden.

De toelatingshouders zullen individueel op de hoogte gebracht worden van deze maatregelen.

Lees meer

Campagnelancering 'Wees alert voor asbest'

Op 25 september 2018 werd het startschot gegeven voor de campagne Wees alert voor asbest in de Koninklijke bibliotheek van België te Brussel, in het bijzijn van minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Maggie De Block.

De campagne richt zich zowel tot iedereen die actief is in uiteenlopende professionele sectoren (zoals, bouw, land-en tuinbouw, renovatiewerken,scholen...) als tot iedereen die zelf zijn woning renoveert of die nabij een asbestgevoelige buurt woont of werkt. 

De campagne zal echter pas geslaagd zijn als werkgevers-, werknemersorganisaties, de overheid, de partners en particulieren samenwerken! 

Daarom organiseerden Fedris en Constructiv al ver voor de campagnelancering een overlegplatform waarin belanghebbende partijen konden deelnemen. Zo ook Prevent Agri.

Wij zullen helpen om de doelstellingen van deze campagne te ondersteunen en uit te dragen.



WAT IS ASBEST ?

Asbest is de verzamelnaam voor een aantal mineralen dat in de natuur voorkomt. Deze zijn opgebouwd uit microscopisch kleine vezels die je niet met het blote oog kan waarnemen.

Asbest werd van 1945 tot 2001 veel gebruikt (met een piek tussen 1955 en 1985) wegens zijn praktische eigenschappen: het is hittebestendig, heeft goede thermische en akoestisch isolerende eigenschappen en het is bestand tegen de sterkste zuren en basen. Op de koop toe is het waterbestendig, goedkoop, makkelijk te ontginnen en eenvoudig te verwerken.

Er zijn dan ook meer dan 3.500 verschillende toepassingen van asbest gekend. Enkele van de meest voorkomende zijn:

  • dakbedekkingen en gevelbekledingen in asbestcement (golfplaten, gevelleien)
  • isolatiemateriaal rond leidingen en verwarmingsbuizen
  • bloembakken in asbestcement
  • vuurbestendige platen
  • remschoenen van voertuigen
  • in en onder vinylvloertegels
  • in de vorm van spuitasbest rond draagbalken
  • afdichtkoord voor kacheldeurtjes

Het is dus goed om altijd alert te blijven, want asbest kan op veel plaatsen voorkomen: in woningen, kantoren, scholen, commerciële gebouwen…

 

OPLETTEN GEBLAZEN

Intussen weten we dat asbest ook gevaarlijk is: de vezels waaruit het bestaat, adem je maar beter niet in. Na verloop van tijd (en dat gaat soms over tientallen jaren) kan het ernstige gezondheidsproblemenveroorzaken, zoals mesothelioom en asbestose.

Nu, het zijn vooral mensen die beroepsmatig in aanraking komen met asbesthoudende toepassingen die een hoog risico lopen. Maar toch zijn we met zijn allen maar beter dubbel voorzichtig wanneer we afbraak- of renovatiewerken gaan uitvoeren. Alleen als je woning of gebouw van na 2000 dateert, is de kans bijna nihil dat je met asbest in huis zit.

Net omdat het de losse vezels zijn die het grootste risico vormen, wordt er een onderscheid gemaakt tussen zogenoemde hechtgebonden materialen en niet-hechtgebonden (of losgebonden) materialen:

  • Bij hechtgebonden asbest zitten de asbestvezels stevig verankerd in het dragermateriaal. Ze kunnen niet vrijkomen tenzij het dragermateriaal verweert, veroudert of wordt beschadigd.
  • Bij losgebonden asbest zijn de asbestvezels niet goed verankerd in het dragermateriaal, zodat ze zeer gemakkelijk vrijkomen.

Dat onderscheid heeft belangrijke gevolgen voor de manier waarop er met het asbest omgesprongen moet worden.


OPLEIDING

Word je als werkgever geconfronteerd met het verwijderen van asbesthoudende materialen, voeren jouw werknemers werken uit waarbij ze het risico lopen om aan asbest te worden blootgesteld?

Dan ben je volgens de federale arbeidswetgeving verplicht om je werknemers de nodige opleidingen te laten volgen:

 

 Opleiding voor eenvoudige handelingen:

  • een basisopleiding van 8 uur
  • een jaarlijkse bijscholing van 8 uur.

 Het programma van die opleidingen ligt vast en omvat de volgende onderwerpen:

  • eigenschappen en gezondheidsrisico’s van asbest
  • soorten asbesthoudende materialen en hoe ze herkennen
  • veilige werkmethoden
  • persoonlijke beschermingsmiddelen
  • vereisten rond gezondheidstoezicht
  • afvalstoffen opslaan en verwijderen

 Opleiding voor de andere technieken, namelijk de couveusezaktechniek of de hermetisch afgesloten zone

  • een basisopleiding van 32 uur
  • een jaarlijkse herhalingsopleiding van 8 uur 

MEER INFO http://alertvoorasbest.be/

 


Lees meer

Gratis online risicoanalysetool OIRA voor Parken en Tuinen vanaf heden gebruiksklaar

Tijdens een geslaagde editie van Demo Groen in het Park van Laken werd de OiRA-tool voor Parken en Tuinen voorgesteld. De aanwezigen kregen van de verschillende partners een welgesmaakte uitleg over de nieuwe tool.

OiRA staat voor Online interactive Risk Assessment en werd mede mogelijk gemaakt door de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO), het Belgische Focal Point van het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) en Prevent Agri. De online tool geeft de KMO’s in de sector de mogelijkheid om de risico’s inzake welzijn op het werk (o.a. veiligheid en gezondheid) te beoordelen waarmee zijzelf en hun personeelsleden geconfronteerd worden. OiRA-parken en tuinen kwam tot stand door een intensieve samenwerking tussen de werkgevers- en werknemersorganisaties van de sector, de FOD WASO en Prevent Agri.

 

Wat is OiRA?

Doorgaans hebben kleine bedrijven beperkte middelen voor risicoanalyses. OiRA, dat voor Online interactive Risk Assessment staat, biedt hiervoor de oplossing. Met deze gratis software, die werd ontwikkeld door het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (EU-OSHA), kan men op een eenvoudige en kosteneffectieve manier risicoanalyses uitvoeren op de werkvloer.

In de tool wordt stap voor stap het risicoanalyseproces doorlopen, zodat de risico’s op de werkvloer geïdentificeerd kunnen worden en daarnaast preventieve acties worden opgesteld in een “op maat gemaakt” actieplan.

 

Aangepast aan de sector.

OiRA Parken en Tuinen werd ontwikkeld voor en door de sector. De tool is dan ook aangepast aan de zeer specifieke kenmerken van de sector, zoals het werfbeheer, machines, gevaarlijke producten, specifieke werkzaamheden…

Naast de risicoanalyse worden ook tips gegeven voor ergonomie, materiaal, uitrusting voor persoonlijke bescherming enz. De tool draagt bij tot betere werkcondities in de sector wat op zich weer leidt tot gezonde, gemotiveerde werknemers.

Alle partijen die mee aan de basis van de ontwikkeling van deze OiRA Parken en Tuinen liggen, zijn er rotsvast van overtuigd dat met de tool een reeds lang bestaande behoefte werd ingevuld in het belang van een welzijnsbeleid voor hun organisaties. Alle organisaties hebben zich geëngageerd om deze tool te promoten via hun netwerk.

De gratis online risicoanalyse: www.oiraproject.eu en doorklikken naar OiRA Parken en Tuinen

Lees meer

Wijzigingen verplichtingen Gesloten Circuit

Publicatie van een nieuw KB tot wijziging van de verplichtingen voor de verkopers en de gebruikers van biociden ingedeeld in het gesloten circuit.



 

Sommige biociden vormen zo’n groot risico dat het niet verstandig is om ze ter beschikking van het groot publiek te stellen.

Indien een product een groot risico voor het groot publiek inhoudt of wanneer het gebruik daarvan het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen vereist, wordt het product ingedeeld in het gesloten circuit. Minder gevaarlijke producten daarentegen worden ingedeeld in het vrije circuit en mogen ter beschikking van het groot publiek gesteld worden.

Sinds 20 mei 2016 moeten verkopers en gebruikers van producten uit het gesloten circuit verscheidene verplichtingen naleven, o.a. de registratie via een webapplicatie.

Deze verplichtingen werden herzien en zijn beschreven in het nieuw koninklijk besluit van 17 juni 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 mei 2014. Onderstaand vindt u alle verplichtingen die gelden voor verkopers en gebruikers van biociden uit het gesloten circuit. De gewijzigde verplichtingen, die in het vet zijn aangeduid, zijn in voege getreden op 12 juli 2018:

 

VERKOPER (art. 47 van het KB tot wijziging van het KB van 8 mei 2014):

-Zich registreren van zodra hij/zij een biocide heeft verkocht of aangekocht dat behoort tot het gesloten circuit – zie lijst van de toegelaten biociden of de toelatingsakte of op het online register om de status van het biocide te kennen.

-Registreren van de hoeveelheid biociden uit het gesloten circuit die hij/zij in het afgelopen jaar heeft verkocht, en dit jaarlijks tegen 31 december.

-Vermelden op de verkoopfactuur en op het kasticket: « Dit product is een biocide ingedeeld in het gesloten circuit».

-Inlichten van elke klant, tijdens de verkoop, over zijn verplichtingen (registratie, dragen van PBM, vervoer, opslag, opleiding, …) die zijn opgelegd voor het biocide dat de verkoper te koop aanbiedt.

-Op de hoogte zijn van de verplichtingen die voortvloeien uit de toelatingsakte van het biocide (verplichtingen inzake opslag, vervoer, opleiding,…).

-Ter beschikking stellen, in de nabijheid, van alle PBM die vereist zijn voor het gebruik van een biocide van het gesloten circuit indien het publiek (niet-professionele geregistreerde gebruiker) toegang kan hebben tot dat product.

 

GEBRUIKER (art. 48 van het KB tot wijziging van het KB van 8 mei 2014):

-Zich registreren van zodra hij/zij een biocide uit het gesloten circuit heeft aangekocht, en dit vanaf 31 december 2018.

-Bevestigen van diens statuut als geregistreerde gebruiker via een online registratiesysteem, en dit jaarlijks tegen 31 december.

-Op de hoogte zijn van en voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de toelatingsakte van het biocide (beschikbaar via de lijst van toegelaten producten).

We wensen u er ook aan te herinneren dat biociden moeten worden verwijderd overeenkomstig de gebruiksaanwijzing die vermeld is op het etiket en overeenkomstig de regelgeving inzake afvalverwijdering van uw regio.

Surf naar de website om bijkomende informatie over de Belgische en Europese wetgeving te vinden.

Lees meer

Verbod op stapelen van Deense karren

Stapelen van Deense karren kan op geen enkele manier, omdat de kar hierbij op een oneigenlijke manier gebruikt wordt, die niet door de leverancier/fabrikant werd voorzien. Dit wordt ook aangegeven in de gebruikershandleiding.

Het grote probleem bij stapeling is namelijk de instabiliteit. Het verbod geldt dan ook voor iedere vorm van stapeling. De onderstellen mogen wel tot maximaal 14 lagen worden gestapeld.

Omdat dit verbod drastische wijzigingen vereist en er geen haalbaar alternatief voorhanden is, werden er enkele adviezen gepubliceerd in afwachting van een definitieve oplossing:

  • Controleer aanwezig materiaal op defecten (ongelijke leggers, kapotte staander...)
  • Geef instructies over veilig gebruik:
  • Rijd alleen op egale vloeren;
  • Zie bij stapelen erop toe dat het onderstel op vier staanders steunt;
  • Zorg ervoor dat er tijdens het rijden met gestapelde Denen geen medewerkers in de buurt zijn;
  • Draag een veiligheidshelm (EN 14052), veiligheidsschoenen (EN ISO 20345, minimaal klasse S1) en werkhandschoenen.

     

Lees meer

Veilig werken in ULO-koelcellen - infoavond

Naar aanleiding van een inspectiecampagne rond de veiligheid van ULO-koelcellen, organiseren de Provinciale Comités Limburg en Vlaams Brabant samen met Prevent Agri en Boerenbond twee infoavonden waar de resultaten en de goede praktijken besproken worden.

8 maart

Halve Maan
Omer Vanaudenhovelaan 48
3290 Diest
 

22 maart

't Veilinghuis, zaal “Dolf & Minneke”
Tongersesteenweg 150
3800 Sint Truiden
 
Volgend programma wordt u aangeboden :
 
19u15: Verwelkoming
Ludwig Vandenhove, gedeputeerde en afgevaardigd voorzitter van het Provinciaal Comité Limburg voor de Bevordering van de Arbeid–Provinciaal Veiligheidscomité Limburg
 
19u30: Toelichting regionale actie ULO koelcellen
Bart Vandevenne, sociaal inspecteur, Toezicht Welzijn op het Werk FOD WASO Directie Limburg - Vlaams-Brabant
 
20u10: Toelichting Protocol opgesteld door Prevent Agri in overleg met Boerenbond en TWW
Annelies Coussé, Consulent fruitteelt Boerenbond
 
20u40: Resultaten regionale actie ULO koelcellen
Bart Vandevenne
 
21u00: Voorstelling risicoanalyse
Yves Lavigne, externe preventieadviseur CLBGroup
 
21u30: Vraagstelling
 
Deelname is volledig gratis
 

Inschrijvingen MET VERMELDING VAN JE GEGEVENS EN DE GEKOZEN DATUM via:

Provinciaal Veiligheidscomité van Limburg
Universiteitslaan 1–3500 HASSELT
Tel. 011/23 79 08

e-mail: veiligheidscom@limburg.be

contactpersoon programma : Greet Caubergs, secretaris
contactpersoon inschrijvingen : Cecile Claes
 
 
 
 
Lees meer

Opleidingsverstrekkers arbeidsveiligheid gezocht!

Als PREVENT AGRI zijn wij op zoek naar LESGEVERS met belangstelling voor de GROENE SECTOR, die zich wensen bij te scholen binnen het thema ‘ARBEIDSVEILIGHEID’. Ons doel is een pool samen te stellen waaruit provinciaal en regionaal kan geput worden.

 

Lijkt het je wel wat om opgenomen te worden in onze pool?

Tijdens het voorjaar van 2018 zal er gestart worden met een éérste kennismakingsronde en een gratis passende opleiding.

 


CONTACT

• Mieke Sevenans — 0473 99 96 20
• Robin De Sutter — 0479 74 42 24

Lees meer

Zwerfstromen in de melkstal

Het vermijden van zwerfstromen in de melkstal zorgt ervoor dat er efficiënter, economischer en vooral veiliger kan gewerkt worden.

Een melkinstallatie bevat talloze elektrische apparaten en dus ook elektrische geleiders.
In perfecte omstandigheden vloeit er enkel stroom door deze geïsoleerde geleiders.

In de realiteit valt een (kleine) lekstroom nooit uit te sluiten, waardoor de geleidende onderdelen in de stal,
zoals hekkens, onder spanning kunnen komen te staan.

Aangezien de stal vol staat met metalen onderdelen kan er, indien niet correct elektrisch verbonden, een spanningsverschil ontstaan tussen verschillende objecten. Als de koe twee van dergelijke onderdelen gelijktijdig aanraakt (bv. het hekken en een drinkbak), maar ook indien de koe als aarding fungeert (contact tussen het
hekken en de grond) zal er een elektrische stroom door het lichaam van de koe vloeien.

Van zodra de stroom op een metalen onderdeel groot genoeg is en dat deze door het dier vloeit naar een ander
metalen onderdeel óf naar de vloer, spreekt men van zwerfstromen. Deze zwerfstromen moeten
natuurlijk vermeden worden.

De folder ontwikkeld in samenwerking met Fedagrim en ILVO geeft meer duidelijkheid en nuttige tips over dit onderwerp.

FED17004_BrochZwerfstromenA5N.pdf

Lees meer

Brandveiligheid serres

Nieuw op te richten tuinbouwkassen of serres moeten net als alle andere industriegebouwen brandveilig te zijn. Hier kunnen echter afwijkingen in toegestaan worden.

Een tuinbouwkas of serre verschilt echter in belangrijke mate van een ‘klassiek’ industriegebouw, waardoor ook de bijhorende voorschriften niet altijd makkelijk te respecteren zijn. 

De wetgeving voorziet echter in de mogelijkheid om afwijkingen te verkrijgen voor die voorschriften die niet gerespecteerd worden, maar waarvoor een alternatief met een gelijkwaardig veiligheidsniveau wordt voorgesteld. 
Ook voor tuinbouwkassen of serres is dit mogelijk en een vaak gebruikte manier om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen.
Boerenbond heeft een type-oplossing uitgewerkt waarvan de Commissie voor Afwijking heeft geoordeeld dat deze een gelijkwaardig veiligheidsniveau biedt als de voorschriften van  Bijlage 6


Meer info: BeSafe


Lees meer

Protocol ULO-cellen voor tuinbouwbedrijven

Prevent Agri werkte samen met de inspectie Toezicht Welzijn op het Werk en Boerenbond een protocol uit dat als leidraad kan dienen voor het uitwerken van een specifieke risicoanalyse m.b.t. ULOcellen.

Hard pitfruit, zoals appelen en peren, worden geoogst in de periode van augustus tot november.
Aangezien er jaarrond fruit van een hoge kwaliteit geleverd moet kunnen worden, wordt het vers geoogst product opgeslagen in ULO-cellen op het bedrijf.

Deze cellen kenmerken zich door een volledig gesloten systeem, waardoor de samenstelling van de atmosfeer en temperatuur gehandhaafd kan worden gedurende de gehele bewaarperiode. Meer specifiek gaat het over een lage temperatuur, een zeer laag zuurstofgehalte en een verhoogd CO2-gehalte.

Na het vullen van de ULO-cellen met fruitpalloxen, worden de cellen hermetisch van de omgevingslucht afgesloten.

Er zijn twee momenten tijdens dit bewaarproces waarbij de fruitteler deze gesloten atmosfeer moet onderbreken.

Een eerste, kortstondige, actie is het nemen van de periodieke monsters om de kwaliteit te controleren. Een tweede moment van langdurige onderbreking is het op omgevingslucht zetten van de cel.

Het downloadbare document kan dienen als leidraad voor het opstellen en/of realiseren van enkele (levens)noodzakelijke acties in bedrijven waar zich ULO-cellen bevinden.

Protocol

Lees meer

Bijkomende fytolicentie nodig voor bepaalde producten

De wetgeving over de fytolicentie bepaalt dat voor gewasbeschermingsmiddelen met een verhoogd risico de bijkomende fytolicentie Ps ‘Specifiek professioneel gebruik’ nodig is.

Onlangs werd op de erkenningsakte opgenomen dat de bijkomende fytolicentie Ps ook vereist is voor de actieve stof dazomet, die gebruikt wordt voor bodemontsmetting.

De fytolicentie Ps wordt beperkt tot één of meerdere werkzame stoffen. Deze fytolicentie was al eerder vereist voor de begassingsproducten sulfuryldifluoride (Profume) en Al- en Mgfosfide (Quickphospellets en -tablets en Degesch Plates B), die vooral gebruikt worden voor ruimteontsmetting. Ook voor chloorpicrine was ze vereist tijdens de laatst goedgekeurde periode van 120 dagen in 2016. Sindsdien werd de verplichting ook ingevoerd voor de bodemontsmettingsmiddelen metamnatrium (Solasan, Terrasan) en metamkalium (Tamifume SL).

Het erkenningscomité heeft nu beslist om deze vereiste ook in te voeren voor de lopende erkenning van het bodemontsmettingsmiddel dazomet (Basamid, Dazoclean). Voor dazomet gaat de verplichting in vanaf 1 maart 2018. Wie op dat moment niet over de vereiste fytolicentie Ps beschikt, zal deze producten niet meer mogen toepassen en ze ook niet meer kunnen aankopen. De metamproducten en dazomet genereren MITC, waardoor je ze met één specifieke fytolicentie kan toepassen. Wie al een fytolicentie Ps haalde voor metamproducten kreeg een bericht dat ze uitgebreid is met dazomet.

 

Hieronder vindt u de middelen terug waarvoor een fytolicentie Ps is vereist

                                                                                                                                                                             (Bron:Fytoweb)

 

De gebruiks-, verkoops- en opslagvoorwaarden van dergelijke middelen vindt u terug in de uitgebreide ‘Gids fytolicentie’.  


Examen afleggen

Per specifieke fytolicentie Ps die je wilt behalen moet je een examen afleggen. Om te kunnen deelnemen aan het examen, moet je minstens 21 jaar oud zijn en beschikken over een fytolicentie P2 of P3. Omdat je dus al houder moet zijn van een fytolicentie, beperkt het examen zich tot een aantal specifieke kennisvereisten over de actieve stof(fen) waarvoor je het examen aflegt. Het gaat over de specifieke toepassingstechnieken zoals begassing, bodeminjectie of druppelirrigatie. Daarnaast worden er vragen gesteld over de specifieke maatregelen die je moet nemen om de risico’s voor de toepasser, de omwonenden en het leefmilieu te beperken – onder andere specifieke bufferzones respecteren, waarschuwingsborden plaatsen en de bodem na de toepassing afdekken met gasdichte folie.

 

Copyright Boerenbond

Lees meer

Verbod op het gebruik van bepaalde hulpstukken bij bosmaaiers

Uitrustingsstukken uit meer dan 1 metalen onderdeel zijn verboden!

 

Voorbeeld van een verboden kop met ketting

 

Bosmaaiers worden veelvuldig gebruikt voor het onderhoud van graskanten, onkruiden, kleinere boompjes en ondergroeiende vegetatie.

 

Onderdelen

Naast de motor en as, is het snijgarnituur het belangrijkste onderdeel van deze machine.

Bij de standaarduitvoering bestaat dit onderdeel uit een bobijn met nylondraad of uit een vast mes uit 1 stuk.

 

Risico bij gebruik van niet toegelaten onderdelen

Via verschillende kanalen worden er echter regelmatig onderdelen te koop aangeboden die bestaan uit een aantal kettingschakels, maar ook uit stalen bladen, messen en zelfs stukken ketting van een kettingzaag....

De metalen onderdelen van dergelijke uitrustingsstukken worden bij gebruik continu blootgesteld aan hoge mechanische belastingen, aangezien ze in contact komen met stenen, palen en andere solide structuren. Door deze belasting kunnen er delen afbreken, waarna ze met een hoge snelheid weggeslingerd worden. Door de katapultwerking van deze uitrustingsstukken, zullen losliggende steentjes en andere harde materialen met een hogere snelheid weggeslingerd worden, dan wanneer de standaardhulpstukken gebruikt worden.

 

Algemeen verbod!

Om ongevallen te vermijden vaardigde de Europese Commissie een directieve uit, waardoor de lidstaten dus moeten zorgen voor een totaalverbod op het verkopen en gebruiken van uitrustingsstukken voor bosmaaiers, die bestaan uit verschillende metalen onderdelen.

Volgens de geharmoniseerde standaard voor bosmaaiers EN ISO 11806:2008 moeten deze machines en hun uitrustingsstukken immers voldoen aan verschillende eisen. Deze standaard voorziet geen enkele mogelijkheid om uitrustingstukken te gebruiken die bestaan uit meer dan 1 metalen onderdeel. Ook de standaard aangebrachte beschermingskappen zijn niet voorzien om de hogere impact van wegslingerende onderdelen (Annex I van 2006/42/EC).

Lees meer

Voorstelling folder 'Veilig omgaan met mestgassen' op 24/02/2017

De voorbije jaren werd de sector slachtoffer van enkele jammerlijke ongevallen met mestgassen.

Prevent Agri en Fedagrim sloegen daarom de handen in elkaar om hieromtrent een brochure te ontwikkelen. 

Deze handige en overzichtelijke brochure geeft aan waar mestgassen gevaar kunnen opleveren in een varkens- en melkveestal. 

De partners hopen met deze brochure de bewustwordingte vergroten. 

Chris Botterman, Johan Colpaert en Robin De Sutter benadrukten, in bijzijn van vakpers en onderwijs, de belangrijkheid van dit onderwerp en de waarde van de onderlinge samenwerking tijdens een pers-moment op 24 februari.

 De folder wordt vanaf vandaag breed verspreid via alle mogelijke kanalen. (pers, beurzen, scholen...) 

U kan de brochure ook vrij downloaden door op onderstaande links te klikken.

 
 
 
 
 
 
Lees meer

Keuze en plaatsing van draagbare blustoestellen

Draagbare blustoestellen zijn een eerste interventiemiddel en collectief beschermingsmiddel bij brand en dus onmisbaar, alsook verplicht, op ieder bedrijf.

Toelichtingstabel bij de keuze van het blustoestellen.

Brandklassen
 
Blusmiddelen

 

 
 
Aantal
1 bluséénheid per 150m² met een minimum van 2 eenheden per verdieping (1 bluséénheid= 10kg CO2/ 6kg poeder/ 6L schuim)
 
 
 
Éénmaal geplaatst
-3-maandelijkse controle door een verantwoordelijk, aangeduid persoon (plaatsing, toegankelijkheid, beschadigingen, leesbaarheid gebruiksaanwijzing,...) 
Zorg voor een registratie van deze controles!
 
-jaarlijks onderhoud uitgevoerd door een bevoegd persoon werkzaam bij een erkend bedrijf

 

Lees meer

Alcohol- en drugbeleid in de praktijk (CAO 100)

Problematisch gebruik van alcohol en andere drugs komt in elke organisatie voor. Alcohol, psychofarmaca en illegale drugs maken nu eenmaal deel uit van onze samenleving. De schadelijke effecten van deze middelen stoppen niet aan de deur van je organisatie

Op 1 april 2009 werd de Cao nr. 100 'omtrent een preventief alcohol- en drugbeleid in de onderneming' gesloten. Je organisatie en je medewerkers hebben baat bij een preventief alcohol- en drugbeleid. Met zo'n beleid kunnen functioneringsproblemen ten gevolge van alcohol of andere drugs immers voorkomen of snel opgespoord worden.


Waarom een beleid?


Wat zijn de vereisten van Cao 100?

  • Fase 1

Tegen 1 april 2010 dienden private organisaties de uitgangspunten (de onderliggende visie) en doelstellingen (wat de organisatie wil bereiken) van hun alcohol- en drugbeleid te bepalen en op te nemen in een beleids- of intentieverklaring. De beleidsverklaring kon vervolgens zonder procedure tot wijziging aan het arbeidsreglement toegevoegd worden.
Dat is de zogenoemde fase 1.

  • Fase 2

Naast het verplichte deel voorziet de cao een tweede, facultatieve, fase. De uitgangspunten en doelstellingen uit de beleidsverklaring kunnen immers uitgewerkt worden in een echt beleid 'voor zover de realisatie van de uitgangspunten en doelstellingen dit vereist". Om een efficiënt beleid te realiseren zal fase 2 doorgaans nodig zijn.

Tot de tweede fase behoort de uitwerking van regels, procedures, werkwijze bij werkonbekwaamheid en (preventieve) testen. Voor de opname van deze regels, werkwijzen en procedures in het arbeidsreglement is de procedure tot wijziging wel vereist.


Vijf krachtlijnen van Cao 100

  • nadruk op het verminderd functioneren van de werknemer (niet op het eventuele alcohol- of ander druggebruik)
  • stapsgewijze opbouw van het beleid
  • belang van dialoog en consensus
  • het beleid dient op maat van de onderneming te zijn
  • het beleid geldt voor iedereen, van hoog tot laag

 

 

 

Hoe ver staat uw bedrijf met haar alcohol- en drugbeleid?

Q-ADO 2.0 toont u de weg.

Doe de test!

 

Als werknemer kunt u in uw omgeving geconfronteerd worden met problematisch gebruik van alcohol en andere drugs, met pilgebruik, met een gok- of internetverslaving. Het kan uw directe collega zijn, maar ook iemand van een andere afdeling, een leverancier of zelfs een leidinggevende.
Of misschien stelt u zich vragen bij uw eigen alcohol- of druggebruik, op of buiten het werk.

Wat kunt u doen als een collega een alcohol- of drugprobleem heeft?
Wat kan en mag uw werkgever doen?
En wat als u zich zorgen maakt over uw eigen gebruik?

De DrugLijn helpt u verder.

Op www.druglijn.be vindt u:

  • informatie over alcohol, andere drugs, pillen en gokken (Drugs ABC)
  • tips om om te gaan met het gebruik van iemand uit uw omgeving
  • antwoorden op veelgestelde vragen

Test uw kennis of gebruik

Test uw kennis over alcohol en andere drugs. Op www.druglijn.be kunnen volwassen gebruikers vanaf nu kosteloos en anoniem aan de slag met kennistests, zelftests en zelfhulpprogramma's. Verder zijn er zelfhulpboekjes voor gebruikers, partners en kinderen van gebruikers beschikbaar.

Maakt u zich zorgen over uw eigen gebruik? Doe de test op www.druglijn.be.

 

Brochure NAR: Een preventief alcohol- en drugsbeleid in de onderneming: Alcohol-drugs-NL.pdf

Lees meer

Inventarisatie ongevallen

Ieder ongeval op uw bedrijf dient geregistreerd te worden. Via het downloadbare inventarisatiedocument (Inventaris Gebeurde Arbeidsongevallen) krijgt U een voorbeeld van hoe dit best gebeurt.

Het bijhouden van een register van interventies in het kader van de eerste hulp, maakt essentieel deel uit van het preventiebeleid met als doel:

  • andere gelijkaardige ongevallen te voorkomen,
  • toe te laten de organisatie van de eerste hulp te evalueren en aan te passen,
  • een andere periodiciteit toe te laten in de organisatie van de bijscholing,
  • het element van bewijs bij lichte arbeidsongevallen die niet door de werkgever aan de arbeidsongevallenverzekeraar moeten worden aangegeven
  • om een juridische zekerheid te waarborgen indien, in voorkomend geval, de eerste hulp niet tijdig of slecht werd toegediend.
  • In het kader van de welzijnswet wordt de hulpverlener als werknemer beschouwd en kan hij niet strafrechtelijk vervolgd worden in het kader van deze wet aangezien de verantwoordelijkheid voor het nemen van maatregelen inzake de eerste hulp rust op de werkgever. De hulpverlener is vanzelfsprekend wel onderworpen aan de sancties die de werkgever heeft vastgesteld in het kader van hun contractuele relaties. In geval van een zware fout begaan door de hulpverlener, zal het gemeen recht (burgerlijk of strafrechtelijk) worden toegepast, zoals voor elke andere burger.

In het register moeten minstens de volgende elementen worden opgenomen:

  • de naam van het slachtoffer,
  • de naam van de persoon die de eerste hulp heeft toegediend,
  • de plaats, de datum en het uur van het ongeval, evenals een beschrijving en de omstandigheden van het ongeval, met het oog op de vrijstelling van aangifte van deze ongevallen aan de arbeidsongevallenverzekeraar en het behoud als element van bewijs in geval van verergering,
  • de datum en het uur van de interventie,
  • de aard van de interventie (aard van de kwetsuren, type en middelen van eerste hulp, follow-up na de eerste hulp, …),
  • de identiteit van eventuele getuigen.

Voorbeeld Inventaris Gebeurde Arbeidsongevallen

Lees meer

Leeftijdsgrens toegestane werkzaamheden stagiairs daalt van 18 naar 16 jaar.

De leeftijdsgrens voor het manipuleren van machines door stagiairs wordt verlaagd, mits bepaalde voorwaarden.

Initieel mochten stagiairs onder de 18 jaar, die tewerkgesteld werden in een bedrijf, geen machines manipuleren. Deze leeftijdsgrens werd door een wijziging van het KB van 3 mei 1999 betreffende de bescherming van jongeren op het werk en van het KB van 21 september 2004 betreffende de bescherming van stagiairs, verlaagd naar 16 jaar.

 

Dit kan evenwel onder bepaalde voorwaarden:

-de activiteiten of de aanwezigheid van de stagiair op bepaalde plaatsen zijn onontbeerlijk voor de beroepsopleiding.

-de werkgever zorgt ervoor dat deze personen een adequate opleiding hebben ontvangen ifv de sector waarin de activiteit wordt uitgevoerd of ziet erop toe dat zij de nodige beroepsopleiding hebben ontvangen.

-de werkgever treft effectieve preventiemaatregelen en zorgt voor controle op de naleving hiervan.

-de werkgever ziet erop toe dat de activiteiten en de aanwezigheid van de stagiair kunnen plaatsvinden in het bijzijn van een ervaren werknemer

Lees meer

Ergonomie in de melkveesector: Tips om het jezelf iets makkelijker te maken

In de bestaande bedrijfsvoering kun je met kleine aanpassingen in de inrichting en kleine investeringen al gezonder en makkelijker werken.

Tips voor makkelijker melken:

• Hang schoonmaakdoeken of -papier op een ergonomisch prettige hoogte.

• Hang verspreid door de melkstal meerdere sproeiers voor het vlot reinigen van melkstellen.

• Plaats meerdere spraypistolen met dipmiddel om uiers na te behandelen.

• Draag een melkschort, zodat je echt dicht tegen de putrand staat.

• Besteed aandacht aan verlichting en ventilatie. Een ventilator scheelt hinderlijke vliegen.

• Overweeg de investering in een verdieping naast de melkrobot.

 

Tips voor makkelijker kalveren voeren:

• Kijk eens kritisch naar de indeling van de kalverstal, kun je zelf prettig werken?

• Overweeg de investering in een melkmixer, melktaxi of kalverdrinkautomaat.

• Zet melkpoeder- of brokkenzakken hoger door meerdere pallets eronder te zetten.

• Metsel bij de kraan een stenen wasbak op hoogte om emmers op te zetten.

 

Tips voor makkelijker helpen bij geboortes:

• Zorg voor goede verlichting en ruimte voor jezelf in het afk alfh ok.

• Gebruik een verlosapparaat.

• Til het geboren kalf niet, maar schuif het in de kruiwagen, liefst een met twee wielen en een lier.

 

Tips om makkelijker machines aan te koppelen:

• Vet een stroef draaiende topstang in.

• Noteer instelwaardes voor makkelijk en snel aankoppelen. 

Lees meer

Importeur moet Antigifcentrum (opnieuw) informeren over gevaarlijk mengsel

Elke importeur of downstreamgebruiker die een gevaarlijk mengsel in de handel wil brengen in België, is verplicht om het Antigifcentrum op de hoogte te brengen.

 
20 mei 2016

Elke importeur of downstreamgebruiker die een gevaarlijk mengsel in de handel wil brengen in ons land, is verplicht om het Nationaal Centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties (Antigifcentrum) op de hoogte te brengen. Deze verplichting bestond eigenlijk al, maar ze werd in 2015 per vergissing opgeheven en wordt nu weer ingevoerd bij koninklijk besluit van 21 april 2016.

Mengsels die op basis van de Europese CLP-verordening ingedeeld zijn als gevaarlijk wegens hun gevolgen voor de gezondheid of hun fysische effecten, moeten ten laatste 48 uur vóór het in de handel brengen, aangemeld worden bij het Antigifcentrum. Het Antigifcentrum werd immers aangewezen als het orgaan dat volgens de Europese Reach-wetgeving in ons land verantwoordelijk is voor het ontvangen van informatie in verband met de gezondheid, met het oog op de respons op noodgevallen. De meldplicht ligt bij de importeur of downstreamgebruiker. Die moet de volgende gegevens overmaken aan het centrum:

  • de volledige chemische samenstelling van het mengsel, het veiligheidsinformatieblad, en "alle informatie die nodig is voor de uitvoering van de taak van het centrum". Volgens het KB bestaat de taak van het Antigifcentrum uit het bieden van hulp aan de slachtoffers van intoxicaties, veroorzaakt door schadelijke chemische en biologische stoffen, en het treffen of bevorderen van de nodige maatregelen om dergelijke intoxicaties te voorkomen en te genezen; en
  • een 'apart formulier' met:
    • de gegevens op het etiket;
    • de contactgegevens van de persoon die het technische dossier over het mengsel bijhoudt;  eventueel een kopie van de beslissing van het Europees Chemieagentschap over een verzoek tot het gebruiken van een andere chemische naam;
    • de datum van de meest recente versie van het veiligheidsblad dat werd opgesteld in uitvoering van de Europese Reach-verordening; en
    • de datum van de meest recente kennisgeving aan het Antigifcentrum die betrekking had op dat gevaarlijke mengsel. Het KB bevat géén model van een dergelijk formulier.

De importeur of downstreamgebruiker moet een bewijs van verzending van het dossier bewaren. Het Antigifcentrum zal op zijn beurt een kopie van het 'aparte formulier' bezorgen aan de Dienst Risicobeheersing van Chemische Stoffen van de FOD Volksgezondheid. Een importeur of downstreamgebruiker die een gevaarlijk mengsel aangeeft aan het Nationaal Centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties, moet terzelfder tijd een eenmalige retributie van 200 euro betalen.De extra bijdrage van 400 euro voor personen die het recht op geheimhouding inroepen, wordt echter geschrapt.

We wijzen er tot slot nog even op dat er een gelijkaardige informatieplicht bestaat voor bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik, voor biociden, en voor bepaalde cosmetica.

In werking: 9 mei 2016 (d.i. dag van publicatie in BS).

 

Bronnen

  • Koninklijk besluit van 21 april 2016 inzake kennisgeving van mengsels die als gevaarlijk worden ingedeeld wegens hun gevolgen voor de gezondheid of hun fysische effecten aan het Nationaal Centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, BS 9 mei 2016.
  • Artikel 13 van het KB van 11 januari 1993 tot regeling van de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten met het oog op het op de markt brengen of het gebruik ervan, voor de opheffing ervan door art. 27 van het KB van 11 februari 2010 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 mei 1982 en van het koninklijk besluit van 11 januari 1993, en tot opheffing van de koninklijke besluiten van 25 februari 1996, 5 oktober 1998 en 18 juni 2003, ter implementatie in Belgisch recht van de Verordening (EG) nr. 1907/2006 en van de Verordening (EG) nr. 1272/2008.
  • Aangifte van gevaarlijke mengsels, Belgisch Antigifcentrum.
  • Carine Govaert, senTRAL Nieuws - 10 mei 2016
(Bron: Attentia)
Lees meer

Belgische Drone-wetgeving van kracht

Op 15 april verscheen in het Belgisch Staatsblad de wetgeving die het gebruik van drones in het Belgische luchtruim regelt. Dat maakt dat dronebedrijven vanaf vandaag professionele vluchten mogen uitvoeren. Het gaat om het 'Koninklijk besluit met betrekk

Op 15 april verscheen in het Belgisch Staatsblad de wetgeving die het gebruik van drones in het Belgische luchtruim regelt. Dat maakt dat dronebedrijven vanaf vandaag professionele vluchten mogen uitvoeren.

Het gaat om het 'Koninklijk besluit met betrekking tot het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen in het Belgisch luchtruim'. Die breidt de wet uit 1919 op de regeling der luchtvaart aan waardoor voortaan ook onbemande vliegtuigen of RPAS (Remotely Piloted Aircraft System), doorgaans ook beken als drones, mogen vliegen onder bepaalde omstandigheden.

Professionele activiteiten

De wetgeving is vooral belangrijk voor bedrijven die professioneel aan de slag willen met drones. Zij mochten tot nu toe enkel vliegen voor experimentele doeleinden maar nu kunnen ook deze spelers hun commerciële activiteiten ontwikkelen.

De wetgeving

De wetgeving zelf liet al enkele jaren op zich wachten. Een jaar geleden lagen de regels al wel in grote lijnen vast in een KB met onder meer examens voor professionele piloten. Maar het Directoraat-Generaal voor de Interne Markt van de Europese Commissie had in het najaar van 2015 nog bijkomende opmerkingen. Deze zijn terug te vinden op de website van FOD Mobiliteit.

Meer informatie

·        Publicatie in het Staatsblad

·        Vlieg veilig met je drone dankzij UniFly - Knack Datanews

·        BeUAS - De Belgische Federatie voor de Onbemande Luchtvaart

Lees meer

De avonturen van Napo

Een korte film die handelt over veel voorkomende risico's op de werkvloer.

De film is geschikt voor alle sectoren en werknemerniveaus, maar vooral voor jonge mensen in opleiding of met weinig werkervaring.

De verhalen willen het bewustzijn van basisrisico's verhogen en de kijkers aansporen om na te denken over ongevallen en hoe ze kunnen worden vermeden. Er zijn negen ongevallen en elk ervan is een typisch voorbeeld van een individueel of collectief risico in een bedrijf. De film benadrukt het belang van het nauwkeurig signaliseren van risico's, het goed begrijpen van waarschuwingslabels, de veiligheid tijdens het woon-werkverkeer, het gebruik van passende persoonlijke beschermingsmiddelen, het vermijden van risico's, het gebruiken van correcte en geschikte verpakkingen, het niet omzeilen van situaties en het gebruik van materialen en installaties door opgeleide werknemers.

 

Lees meer

Strengere voorschriften voor luchtverversing in arbeidsplaatsen

Vanaf 24 april 2006 gelden er nieuwe algemene basiseisen waaraan arbeidsplaatsen moeten voldoen op het vlak van luchtverversing. De voorschriften zullen in de Welzijnscodex staan.

Minimumvoorschriften

Richtlijn 89/654 legt minimumvoorschriften vast die de veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaatsen moeten garanderen. De tekst werd gedeeltelijk omgezet in een KB van 10 oktober 2012. Die voorschriften vormen Titel III – Arbeidsplaatsen, Hoofdstuk I - Basiseisen in de Codex over het welzijn op het werk.

De regeling is van kracht sinds 15 november 2012. Ze is van toepassing op de werkgevers en de werknemers (en de daarmee gelijkgestelde personen) die onder de Welzijnswet van 4 augustus 1996 vallen.

Een ‘arbeidsplaats’ wordt heel ruim omschreven, maar sommige plaatsen vallen buiten het toepassingsgebied. Bijvoorbeeld: tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, winningsindustrieën en vissersvaartuigen.

 

Luchtverversing

Het wijzigings-KB brengt ook duidelijkheid op het vlak van luchtverversing. De voorschriften worden deels hernomen en aangevuld:

De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers in de werklokalen over voldoende ‘verse lucht’ – er is geen sprake meer van ‘zuivere lucht’ - beschikken, rekening houdend met de werkmethoden en de door de werknemers te leveren lichamelijke inspanningen.

Hiertoe neemt de werkgever de nodige technische of organisatorische maatregelen opdat de CO2-concentratie in deze werklokalen lager is dan 800 ppm, tenzij deze kan aantonen dat dit om objectieve en gegronde redenen niet mogelijk is.

In elk geval mag de CO2-concentratie in deze werklokalen nooit hoger zijn dan 1200 ppm!

De luchtverversing gebeurt op natuurlijke wijze of door middel van een luchtverversingsinstallatie. De installatie moet aan bepaalde voorwaarden voldoen. Zo moet ze ‘verse lucht’ verspreiden.

De luchtverversingsinstallatie is bovendien zo ingesteld – en dit is nieuw - dat over een werkdag de gemiddelde relatieve luchtvochtigheid tussen 40% en 60% ligt, tenzij dit om technische redenen niet mogelijk is. De relatieve luchtvochtigheid mag tussen 35% en 70% liggen indien de werkgever aantoont dat de lucht geen chemische of biologische agentia bevat die een risico kunnen vormen voor de veiligheid en de gezondheid van de aanwezige personen op de arbeidsplaats.

De huidige tekst verwijst naar de ‘wetenschappelijke normen betreffende de relatieve luchtvochtigheid’. Maar het nieuwe KB legt die normen vast aangezien zo’n wetenschappelijke normen niet beschikbaar zijn, zo blijkt uit een advies van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk.

Uit dat advies blijkt ook dat het begrip ‘zuivere lucht’ wordt vervangen door ‘verse lucht’ om te zorgen voor een consequent gebruik van dezelfde termen. Er werd gekozen voor ‘verse lucht’ aangezien lucht in principe nooit volledig zuiver kan zijn, zo klinkt het.

Let wel, het gaat om een verdeeld advies. De werknemersvertegenwoordigers gaven een gunstig advies, de werkgeversvertegenwoordigers een ongunstig. Hun argumenten worden opgesomd in de tekst.



Zie ook : 

·        Koninklijk besluit van 10 oktober 2012 tot vaststelling van de algemene basiseisen waaraan arbeidsplaatsen moeten beantwoorden, B.S., 5 november 2012 (art. 34, 35, 36 en 38)

·        Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, B.S., 18 september 1996 (art. 4, § 1)

·        NBN EN 1838 Toegepaste verlichtingstechniek - Noodverlichting (Volledige tekst van de norm beschikbaar)

·        NBN EN 12464 Werkplekverlichting (Volledige tekst van de norm beschikbaar)

·        Toelichting bij AREI, art. 138: Elektrische bescherming tegen de gevolgen van een spanningsdaling

Koninklijk besluit van 25 maart 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 oktober 2012 tot vaststelling van de algemene basiseisen waaraan arbeidsplaatsen moeten beantwoorden, BS 14 april 2016

 

 

Lees meer

Strengere voorschriften voor verlichting in arbeidsplaatsen

Vanaf 24 april 2016 gelden er nieuwe algemene basiseisen waaraan arbeidsplaatsen moeten voldoen op het vlak van verlichting. De voorschriften zullen in de Welzijnscodex staan.

Minimumvoorschriften

Richtlijn 89/654 legt minimumvoorschriften vast die de veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaatsen moeten garanderen. De tekst werd gedeeltelijk omgezet in een KB van 10 oktober 2012. Die voorschriften vormen Titel III – Arbeidsplaatsen, Hoofdstuk I - Basiseisen in de Codex over het welzijn op het werk.

De regeling is van kracht sinds 15 november 2012. Ze is van toepassing op de werkgevers en de werknemers (en de daarmee gelijkgestelde personen) die onder de Welzijnswet van 4 augustus 1996 vallen.

Een ‘arbeidsplaats’ wordt heel ruim omschreven, maar sommige plaatsen vallen buiten het toepassingsgebied. Bijvoorbeeld: tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, winningsindustrieën en vissersvaartuigen.

 

 Verlichting

Het wijzigings-KB brengt verduidelijking. De voorschriften worden deels hernomen en aangevuld:

De werkgever bepaalt net als voordien, op grond van de resultaten van een risicoanalyse, aan welke voorwaarden de verlichting van de arbeidsplaatsen, al dan niet in open lucht, evenals van de werkposten moet beantwoorden teneinde ongevallen door de aanwezigheid van voorwerpen of hindernissen en vermoeidheid van de ogen te voorkomen.

De werkgever die de vereisten van de norm NBN EN 12464-1 en de norm NBN EN 12464-2 toepast bij het bepalen van de voorwaarden inzake verlichting, wordt nog steeds vermoed te hebben gehandeld in overeenstemming met de voorschriften.

Wanneer de werkgever de NBN-normen niet wenst toe te passen, moet de verlichting tenminste beantwoorden aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in bijlage bij het nieuwe KB. De huidige tekst bepaalt dat deze voorwaarden worden vastgesteld door de minister van Werk, maar dat was tot op heden niet gebeurd.

De voorschriften voor ‘noodverlichting’ worden uitgebreid. Men verduidelijkt dat het gaat om arbeidssituaties waar werknemers bij het uitvallen van de kunstverlichting aan een ‘verhoogd risico’ worden blootgesteld. Het begrip ‘bijzonder risico’ was immers vatbaar voor interpretatie en zorgde voor verwarring.

Arbeidsplaatsen waar werknemers bij het uitvallen van de kunstverlichting aan een verhoogd risico zijn blootgesteld, zijn uitgerust met een verlichting:

die bijdraagt aan de veiligheid van de personen die bezig zijn met een mogelijk gevaarlijke activiteit of zich in een mogelijk gevaarlijke situatie bevinden; en

die het hen mogelijk maakt een gepaste afsluitprocedure uit te voeren voor de veiligheid van de bediener en andere aanwezigen in het gebouw.

Het nieuwe KB bepaalt ook dat de sterkte van deze verlichting – er is geen sprake meer van ‘noodverlichting’ - niet minder mag zijn dan 10% van de normaal vereiste verlichtingssterkte voor de betreffende taak.

Bijlage

In de bijlage met minimumvoorwaarden somt men de vereiste verlichtingssterkte (uitgedrukt in lux) op in functie van de plaats in kwestie. Zoals aangegeven, gaat het hier om werkgevers die de NBN-normen niet wensen toe te passen.

Zo moet op de werkposten de gemiddelde verlichtingssterkte van het werkvlak voldoende zijn voor de uit te voeren taken, en is, gemeten op het werkvlak, of bij afwezigheid van een werkvlak op een horizontale hoogte van 0,85 meter van de grond, een minimale gemiddelde verlichtingssterkte vereist.

200 lux volstaat bijvoorbeeld voor de refter, de kleedkamer en de wasplaats, terwijl 300 lux vereist is in de bakkerij en voor middelmatig precies assembleerwerk. Voor een EHBO-lokaal loopt dat bijvoorbeeld op tot 500 lux, en in een medisch onderzoekslokaal zelfs tot 1000 lux.

Op plaatsen die enkel dienen voor verplaatsing zijn de vereisten minder streng. De verlichtingssterkte, gemeten op de vloer, ligt tussen 5 en 100 lux.

5 lux volstaat bijvoorbeeld bij kolenopslag, houtopslag en in stapelplaatsen met occasioneel verkeer, terwijl 100 lux het minimum is voor verplaatsingszones in het bedrijf en in gangen, trappen en magazijnen.

 

Er zijn nog andere vereisten:

Indien er werknemers zijn met een grotere lichtbehoefte omwille van oogafwijkingen of leeftijd moet de verlichtingssterkte hieraan aangepast worden.

De verlichting van het werkvlak moet gelijkmatig verdeeld zijn. Snelle en sterke overgangen in de verlichtingssterkte van het werkvlak en de onmiddellijk aangrenzende zone moeten vermeden worden. De lampen mogen geen flikkering of stroboscopieverschijnselen vertonen. Er mag geen hinderlijke verblinding door directe of indirecte waarneming van heldere lichtbronnen in het gezichtsveld optreden.

Indien op een werkvlak een gemiddelde verlichtingssterkte groter dan 200 lux nodig is, mag zij bekomen worden door middel van een plaatselijke verlichting, mits de installatie voor de algemene verlichting alleen reeds, in elk geval, op dezelfde plaats een gemiddelde verlichtingssterkte van minimum 200 lux verzekert.

De kunstmatige verlichting mag de kleuren van de veiligheids- en gezondheidssignalering en de pictogrammen niet wijzigen. De lampen die gebruikt worden voor de verlichting van het werkvlak hebben een kleurweergave-index van 80 of meer en een kleurtemperatuur die aangepast is aan de taak.

Bij de keuze van de soort en de plaatsing van de lampen moeten de veiligheidsrisico's die onderhoud en vervanging van lampen met zich meebrengen in rekening gebracht worden.

 

Zie ook : 

·        Koninklijk besluit van 10 oktober 2012 tot vaststelling van de algemene basiseisen waaraan arbeidsplaatsen moeten beantwoorden, B.S., 5 november 2012 (art. 34, 35, 36 en 38)

·        Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, B.S., 18 september 1996 (art. 4, § 1)

·        NBN EN 1838 Toegepaste verlichtingstechniek - Noodverlichting (Volledige tekst van de norm beschikbaar)

·        NBN EN 12464 Werkplekverlichting (Volledige tekst van de norm beschikbaar)

·        Toelichting bij AREI, art. 138: Elektrische bescherming tegen de gevolgen van een spanningsdaling

Koninklijk besluit van 25 maart 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 oktober 2012 tot vaststelling van de algemene basiseisen waaraan arbeidsplaatsen moeten beantwoorden, BS 14 april 2016

 

Lees meer

"Veiligheid in bedrijf"

Ieder audit-aanvragend bedrijf in de Groene Sector waarbij Prevent Agri op bezoek gaat voor het uitvoeren van een veiligheidsaudit ontvangt deze sticker.

 
Een 'keurmerk' in de strikte zin van het woord kan je de Prevent Agri-sticker niet noemen. Wel een bewijs dat het bedrijf in kwestie zich bewust is van het veiligheidsverhaal en hier al dan niet al enkele stappen in genomen heeft of die zeker naar de toekomst toe nemen zal.

Vandaar ook de dubbele interpretatie van de slogan...

Lees meer