Nieuws - Fruitteelt

NIEUWSBRIEF: Enquête arbeidsveiligheid landbouw

Prevent Agri en ILVO rekenen op uw deelname!

Lees hier de nieuwsbrief.

Lees meer

Check-lists groene sectoren COVID-19

Teneinde bedrijven in de groene sector te helpen bij de implementatie van Covid19-preventiemaatregelen tijdens en na deze lock-down, hebben we 3 checklists opgesteld.

Eén voor elke sector: Parken en Tuinen, Tuinbouw  en Landbouw.

Ook de huisvesting van seizoenarbeiders werd opgenomen bij de sectoren land- en tuinbouw.

 

Deze checklists zijn hier beschikbaar.

PreventiechecklistCovidtuinaanleg.pdf

PreventiechecklistCovidtuinbouw.pdf

PreventiechecklistCovidlandbouw.pdf

 

 
Lees meer

Coronavirus: Gezondheidsrichtlijnen voor bedrijven

Hierbij nog enkele gezondheidsaanbevelingen om uzelf en de potentiële werknemers op uw werkplek te beschermen. We zullen onze informatie updaten in het licht van de ontwikkelingen. Naast deze richtlijnen kunnen wij steeds ondersteuning op afstand bieden.

  1. Barrières
  2. Organisatie van het werk
  3. Organisatie van de ruimten


1/ Barrières

De ziekte wordt overgedragen via druppels (onzichtbare geprojecteerde partikels tijdens niezen of hoesten). Nauw contact met een zieke persoon is daarom noodzakelijk om de ziekte over te brengen: gedeelde woonruimtes, direct contact (minder dan 1,5 meter tijdens een hoestbui, niezen of discussie bij afwezigheid van beschermende maatregelen. Een van de andere voorkeursvectoren van virusoverdracht is contact met ongewassen handen via hand/gezichtcontact.  Dit is de reden waarom barrières en maatregelen van sociale distantiëring essentieel zijn om te beschermen tegen ziekten.

 

Deze preventieve acties moeten strikt opgevolgd worden op de werkplek. Enkele tips, afhankelijk van de situatie:

  • Één persoon tegelijk om de handen te wassen in de gootsteen
  • Regelmatig handen wassen, voor en na verschillende handelingen, tussen elke klant, verandering van apparatuur of gereedschap ...
  • Voor mensen die werkzaam zijn op de velden:, drinkwater in jerrycans voorzien, flesjes vloeibare       zeep en rollen papieren handdoeken. Indien mogelijk moet er hydroalcoholische gel / oplossing         voorzien worden.
  • Voorzie vuilniszakken om de wegwerp papieren handdoeken en zakdoeken in te verzamelen. Gesloten vuilniszakken worden aangeboden via het traditionele afvalverwijderingssysteem.
  • Bij voorkeur gebruik maken van kranen en zeepdispensers met elleboog-, knie- of voetbediening... om contact met handen te vermijden



2/ Werkorganisatie

Het geven van instructies

 Vermijd de overdracht van media tussen individuen (potloden, papieren, documenten, enz.).

Gebruik de communicatiemiddelen (telefoon, SMS...) ter vervanging van face-to-face gesprekken.

Gebruik de communicatiemiddelen (telefoon, SMS...) om voorraden /materialen op te halen, wat betekent dat je vooraf moet anticiperen en de leverancier moet bellen zodat hij de bestelling voorbereidt, zodat die klaar is om te worden geladen zonder nauw contact.

Verwijder face-to-face vergaderingen door te focussen op communicatie op afstand.


Stroom van mensen

Beperk de aanwezigheid van verschillende personen in 1 ruimte (bvb bureau), door gebruik te maken van openlucht-wachtrijen. Laat sowieso maximaal 1 persoon toe per keer in beperkte ruimtes met slechts 1 toegang. 


Werkzaamheden op locatie

Beperk het gezamenlijk vervoer (vrachtwagen, bestelwagen, enz.) om naar de site te komen en bevorder het individuele gebruik van de voertuigen.

Vermijd dat werknemers samen aankomen op de bedrijfssite: werknemers vertrekken bij voorkeur rechtstreeks van thuis naar de werf of arbeidsplaats en keren na het werk direct naar hun huis terug.

Indien een andere bestuurder het voertuig moet besturen, reinig dan het stuur, de bedieningselementen en de handgrepen

Organiseer de tewerkstelling in gespreide schema's om contact en kruiscontrole tussen mensen te voorkomen.

Respecteer de afstand tussen mensen.


Werksituatie en werkorganisatie

Focus op individuele en geïsoleerde activiteit. Geef de middelen om te communiceren via de telefoon of een ander communicatiemiddel van de geïsoleerde werknemer (werken op verschillende percelen, meerdere rijen uit elkaar ...).

Wanneer er voor de werkzaamheden meerdere personen nodig zijn, zorg er dan voor dat de samenstelling van de groepen niet steeds wijzigt.

Geef de voorkeur aan werk naast elkaar in plaats van face-to-face met steeds een zekere afstand tussen mensen (bijvoorbeeld, indien mogelijk ten minste 2 meter).

Beperk ploegenwisselingen gedurende de dag (reinig werkoppervlakken telkens aan het einde van de werkdag).


Schoonmaakmiddelen, gereedschappen en lokalen

Besteed extra aandacht aan de reinigingsprocedures. Vergeet ook de gevoelige oppervlakken en ruimtes (deurgrepen, toetsenbord, muis, kantoren...), sanitaire voorzieningen, drankdispensers, waterfontein... niet.

Gereedschap en gedeelde apparatuur moeten regelmatig worden gereinigd, zoweltijdens als aan het einde van de werkdag.

Een ruimte (werkplek, kleedkamer, kantine, toilet, enz.) waar overdag een besmet persoon blijkt te hebben vertoefd, moet worden gereinigd en ontsmet.


Verkopen aan consumenten

  • De basisrichtlijnen voor de gezondheid die moeten worden gevolgd zijn:
  • De klant raakt de producten niet aan, de service wordt geleverd door een werknemer/operator uitgerust met handschoenen.
  • De producten worden gedeponeerd op de toonbank door de verkoper. Vervolgens kan de klant deze nemen, zodanig de minimale veilige afstand gegarandeerd kan worden.
  • Geef de voorkeur aan "contactloos" betalen. Vermijd in elk geval baar geld.
  • Verander handschoenen regelmatig en was je handen zodra handschoenen zijn verwijderd.


Op de werf

Verminder het aantal mensen op dezelfde site of, zorg ervoor dat de afstand tussen de werknemers in acht wordt genomen indien gelijktijdige aanwezigheid essentieel is.

Beperk de aanwezigheid in besturingscabines tot één persoon. De cabine moet aan het begin en einde van de dienst worden gereinigd.

Wijs één voertuig/machine per persoon toe of anders, als het voertuig van bestuurder dient te veranderen, moet men het stuurwiel reinigen alsook bedieningsorganen, handgrepen, enz.

Voorzie voldoende drinkwater en vloeibare zeep, rollen papieren handdoeken voor diegenen die werkzaam zijn op de velden. Bijkomend kan er ook hydroalcoholische gel/ oplossing voorzien worden.. Denk ook na over een afvalbeleid op het veld. Zorg voor vuilzakken waarin onder andere de papieren handdoeken verzameld kunnen worden.


Gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

Het dragen van werkhandschoenen om snijwonden, vlekken, etc. te voorkomen is belangrijk voor latere handen wassen.

Was je handen elke keer dat je een PBM verwijdert: handschoenen, bril, , helm, etc.

Waarschuwing: Besmette handschoenen die in aanraking komen met het gezicht kunnen leiden tot infectie. Geef de voorkeur aan frequent handen wassen boven permanent gebruik van hetzelfde paar handschoenen. 



3/ De organisatie van ruimten


De kleedkamers

Kleedkamers zijn een belangrijke potentiële locatie voor verontreiniging/ besmetting, gezien de beperkte volumes.  Als werknemers niet kunnen voldoen aan de aanbevolen afstandsmaatregelen tijdens het aan- en uitkleden, moet de toegang gelimiteerd te worden (niet meer dan één persoon tegelijk in de kleedkamer).

Het is ook noodzakelijk om het nodige materiaal ter beschikking te stellen om de handen te kunnen wassen voor en na het binnengaan van de kleedkamer.

De kleedkamer moet regelmatig worden geventileerd.

Deurgrepen en schakelaars moeten minstens 3 keer per dag worden gereinigd.

Het onderhoud van werkkleding valt in Corona-tijd onder de verantwoordelijkheid van het bedrijf. Professionele kleding mag niet naar huis worden gebracht, ook niet wanneer dit voordien geregeld was door een uitgevoerde risicoanalyse.


Pauze en kantine

Samen maaltijden nemen, wordt niet aanbevolen. Werknemers eten bij voorkeur thuis.. Als ze dat willen, kunnen ze eten in hun voertuig (slechts 1 persoon in het voertuig).

 Gemeenschappelijke lunches zijn alleen mogelijk als bepaalde maatregelen strikt van kracht zijn:

  • Een kantine van voldoende grootte.
  • Afstandsmaatregelen gegarandeerd kunnen worden
  • Water/ zeep handen aanwezig is
  • Het gebruik van hydroalcoholische gel
  • Organiseer een beurtrol in de kantine met intervallen, zodat de afstand tussen 2 mensen steeds 2 meter is
  • Het wassen van de hand bij de ingang en de uitgang mogelijk is.
  • Desinfecteer gemeenschappelijke oppervlakken, tafels en stoelen na elke gast
  • Vermijd clustering rond koffiemachines
  • Desinfecteer de machines (magnetron, koffiezetapparaat) na elk gebruik
  • Desinfecteer minstens 3 keer per dag deurgrepen, schakelaars, etc
  • De gerechten: Indien mogelijk brengt iedereen zijn eigen gerechten mee
  • Afwassen met warm water en zeep


Rokerslokaal

  •  Verbod van het verzamelen van meer dan twee mensen in de rookruimte.
  • ·Verbod op het gebruik van hydro-alcoholische gel in de rookruimte (brandbaar).
  • ·Deel geen sigaretten of e-sigaretten

 

 

Anderstaligen

Op deze pagina vind je posters, infofiches en audio van de officiële corona-informatie in de landstalen van België. Ook is het merendeel van deze informatie vertaald naar verschillende vreemde talen. De beschikbare informatie is geordend per taal. Een overzicht van de verschillende talen vind je in de tabel.

Ook via de website van de Vlaamse Overheid kan U de nodige info vinden.

 

Voor verdere vragen en info kan U ons steeds contacteren via de website www.preventagri.vlaanderen of e-mail inf@preventagri.vlaanderen

 

 

Lees meer

Preventiemaatregelen personeel coronavirus.

Op 17 maart 2020 heeft de Nationale Veiligheidsraad maatregelen genomen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Deze maatregelen zijn van toepassing vanaf 18 maart 2020 (12u - ‘s middags) en dat tot nader order tot 19 april 2020.

Welke preventiemaatregelen moet de werkgever nemen?

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wijst op een aantal preventieve maatregelen die op de werkvloer best worden genomen om de verspreiding van het coronavirus op de werkplek zo goed mogelijk tegen te gaan.

Het gaat onder meer om maatregelen die betrekking hebben op:

  • het voorzien van propere en hygiënische werkplekken (zoals deurklinken, trapleuningen, stuurwielen, bedieningspanelen,  bureautafels, toetsenborden...) door deze regelmatig te ontsmetten;
  • het toepassen van een goede handhygiëne door werknemers door het voorzien van handontsmettingsmiddelen op zichtbare plaatsen;
  • het voorzien van een goede respiratoire hygiëne op de werkplek door het gebruik van papieren zakdoekjes ingeval van hoesten en niezen;
  • het informeren van werknemers dat ze zich met ziektesymptomen zoals hoest en/of koorts beter niet naar de werkplek begeven;
  • het voorzien van thuiswerk indien mogelijk
  • het voorzien van instructies ingeval iemand ziek wordt met een vermoeden van het hebben van het coronavirus: lees ook: Hoe ga ik als werkgever om met werknemers die corona- of griepsymptomen vertonen?

Een uitgebreide opsomming van de verschillende preventiemaatregelen op de werkvloer vindt u in dit advies van de WHO.

Deze checklist kan gebruikt worden: Checklist preventie COVID 19 (DOCX, 40.5 KB). 

 

(Bron: FOD WASO ) 

 

 

Lees meer

Emissie van dieselmotoren

Ook niet voor de weg bestemde machines ontsnappen niet aan de verstrenging van de normen.

Het dampmengsel dat vrijkomt bij de verbranding van brandstof in een dieselmotor, bevat een hele rist aan schadelijke en toxische gassen, waarvan stikstofoxide (NO), stikstofdioxide (NO2 ), koolstofmonoxide en fijnstofdeeltjes de bekendste zijn.

Fijnstofdeeltjes zijn kleiner dan 100 nanometer. Als je weet dat een nanometer een miljoenste deel van een millimeter is, is het niet moeilijk te geloven dat deze deeltjes ingeademd kunnen worden en doordringen tot in de longen.

 

Gezondheidseffecten van de uitlaatgassen van dieselmotoren

Dieselmotoremissie kan uiteenlopende effecten hebben op de gezondheid, waaronder oogirritatie, aandoeningen aan de luchtwegen en astmatische klachten. Ook verhogen deze uitlaatgassen het risico op long- en blaaskanker

 

Normen voor werfmachines

Voor bouwplaatsmachines (niet voor de weg bestemde mobiele machines) worden twee soorten normen gebruikt:

• Stage, de Europese wetgeving voor niet voor de weg bestemde mobiele machines

• Tier, de Amerikaanse regelgeving voor niet voor de weg bestemde mobiele machines

Net zoals voor dieselmotoren in voertuigen voor wegverkeer, werden de emissienormen ook voor dieselmotoren in bouwplaatsmachines in de afgelopen jaren verstrengd.

Bij de invoering van de Stage-normering werd voorrang gegeven aan machines met een hoog vermogen. Machines met een lager vermogen stoten welis waar minder gassen uit, maar er worden veel meer machines met een laag vermogen gebruikt dan machines met een hoog vermogen. Daarom richt Stage IV zich zowel op kleinere als op grotere machines. Voor werfmachines houdt de procedure voor CE-markering ook rekening met de van toepassing zijnde Stage-norm, dus een machine met een correcte CE-markering voldoet ook aan de emissienorm.

 

Welke normen gelden op de werkplek?

De Belgische wetgeving voorziet nog geen grenswaarde voor blootstelling aan dieselmotoremissies. De grenswaarde is de maximale concentratie aan een stof waaraan een medewerker gedurende acht uur mag worden blootgesteld. De Codex over het welzijn op het werk specifieert in boek VI, titel 1 wel grenswaarden voor zowel stikstofmonoxide als stikstofdioxide: voor stikstofmonoxide bedraagt de grenswaarde 2,5 mg/m³ en voor stikstofdioxide 5,7 mg/ m³.

Aangezien werken met werfmachines zo goed als altijd buiten gebeuren, worden deze grenswaarden nagenoeg nooit overschreden.

 

Hoe kan de blootstelling aan fijnstof worden verminderd?

Een belangrijk risico van dieselmotor emissie is de blootstelling aan fijnstof.

Elementair koolstof is een van de meest risicovolle componenten in het fijnstofmengsel. Ook voor elementair koolstof is momenteel geen grenswaarde vastgelegd. Het is wel aan te raden om deze blootstelling zo laag mogelijk te houden.

 

Preventiemaatregelen

Om de bestuurder van een werfvoertuig te beschermen, kan een cabine in overdruk voorzien worden. In een dergelijke cabine wordt gefilterde lucht naar binnen geblazen.

Uiteraard moeten de ramen en deuren van de cabine gesloten blijven. Meestal kan de blootstelling van werknemers aan dieselmotoremissie sterk beperkt worden met behulp van enkele eenvoudige organisatorische maatregelen:

  • Overweeg de aanschaf van accu-toestellen voor gebruik in gesloten ruimtes zoals serres en loodsen.
  • Plaats wachtende voertuigen op een voldoende grote afstand van de werkplek.
  • Wissel de ploegen die blootgesteld worden aan dieselmotoremissie, regelmatig af.
  • Plaats rijplaten indien mogelijk. Rijden op een onverharde weg verhoogt immers het brandstofverbruik en dus ook de dieselmotoremissie.
  • Beperk de aanwezigheid van werknemers op plaatsen met veel dieselmotoremissie.
  • Vermijd zo veel mogelijk dat dieselmotoren stationair draaien. In verschillende Belgische steden en gemeenten worden hier trouwens GAS-boetes voor gegeven.

 

Besluit

Blootstelling aan dieselmotoremissie is een belangrijk aandachtspunt en zal dat ook in de nabije toekomst blijven. Bij de aankoop of huur van bouwplaatsmachines moet dus aandacht besteed worden aan dit risico.

 

(Bron: Constructiv)

Lees meer

Werkzaamheden met landbouwmachines opnieuw verboden voor jongeren

Enkele jaren geleden werd het rijden met tractoren en het werken met landbouwmachines mogelijk gemaakt voor jongeren die beschikten over een gepast rijbewijs. Met de nodige instructies en toezicht door de werkgever, konden deze werkzaamheden dan ook door bijvoorbeeld jobstudenten uitgeoefend worden.

Dit is echter niet langer mogelijk. Sinds het in werking treden van het Koninklijk Besluit van 22 mei 2019 worden landbouwmachines vermeld in de bijlage X.3-1 van de codex. Dit deel beschrijft alle machines die als gevaarlijk moeten worden beschouwd. Het is dus principieel verboden voor elke jongere werknemer, om een machine die ontworpen werd voor de landbouw en waarmee landbouwactiviteiten worden uitgevoerd, te hanteren, te bedienen en te gebruiken. Het bedienen van een oogstmachine en het rijden met een tractor met een werktuig, een balenpers, een plantmachine, een zaaimachine, een freesmachine, een machine voor grondverzet... kan dus niet langer.

Enkel onder zeer specifieke voorwaarden kan er van dit verbod afgeweken worden. Het gaat dan over studenten/stagiairs die in het kader van hun opleiding met dergelijke machines werken én enkel onder strikt toezicht van een verantwoordelijke.

Rijden op de openbare weg: Een tractor die alleen gebruikt wordt om van plaats A naar plaats B te rijden (bv. om een lading fruit te vervoeren naar de opslag), is een motorvoertuig, maar geen landbouwmachine: dit gebruik van de tractor wordt dan ook niet beschouwd als gevaarlijke arbeid die verboden is voor jongeren. Een jongere (met inbegrip van een jobstudent) mag dus met een tractor op de openbare weg rijden, op voorwaarde uiteraard dat de nodige preventiemaatregelen worden getroffen op basis van de algemene risicoanalyse, en dat de jongere over rijbewijs G beschikt als hij met de tractor op de openbare weg rijdt.


Lees meer

Reuzenteken rukken steeds meer op.

Onderzoekers uit Nederland waarschuwen voor de oprukkende reuzenteken!

Reuzenteken (hyalomma) zijn teken die wel drie keer zo groot zijn als hun ‘normale’ soortgenoten. Ze kunnen ook drager zijn van Borrelia burgdorferi: de besmette teken kunnen dus Lyme of hersenvliesontsteking overbrengen.

Het gevaar wordt alsmaar steeds groter: door de opwarming van de aarde stijgt het aantal van deze kruipers sterk. Steeds meer mensen worden dan ook gebeten. De spinachtige beestjes hechten zich vanuit het gras, bladeren of de struiken vast aan voorbijgangers. Zij zoeken bij de gastheer of -vrouw een lekker warm, vochtig plekje op waar de huid dun is. Niettegenstaande de oprukkende soort veel groter is dan zijn reeds aanwezige tegenhanger, kunnen ze toch nauwelijks opvallen, maar de gevolgen kunnen groot zijn. Daarom: pas op voor de teek.

Lees meer

Ongevalsonderzoek plukwagen

Ernstige verwondingen bij fruitplukker door plukwagen.

 

Een seizoenarbeider is reeds voor de 10e maal op hetzelfde bedrijf tewerkgesteld. Omwille van deze ervaring krijgt hij de opdracht om de plukwagen te besturen. Dagenlang gaat alles goed tot op een regenachtige dag. Tijdens het veranderen van rij glijdt de plukwagen plots weg van de lichte helling en komt op zijn zijkant in de gracht terecht. Één seizoenarbeider loopt zeer ernstige verwondingen op. Tot overmaat van ramp kunnen de seizoenarbeiders niemand contacteren én rijden de hulpdiensten zich vast in de wirwar van veldwegen.

Relaas van de feiten

Door de onverwachte regenval werd het terrein op sommige plaatsen zeer glad. Door de helling van het terrein gaat de wagen aan het schuiven. Een arbeider raakt gekneld onder de zijleuning en heeft ernstige verwondingen aan beide bovenbenen. Aangezien de werknemers geen instructies hadden gekregen tijdens hun onthaal, bleef iedereen tijdens het verplaatsen tussen de rijen op de plukwagen staan. Bijkomend werd het platform niet naar de onderste positie teruggebracht. Na het ongeval willen de werknemers de werkgever verwittigen, maar komen tot de conclusie dat ze geen telefoonnummer van de werkgever op zak hebben. Ze besluiten om de hulpdiensten te verwittigen, maar spreken geen Nederlands. Na enige tijd kunnen ze wel hun locatie beschrijven. De hulpdiensten raken echter niet zonder slag of stoot tot bij het ongeval.

Aandachtspunten om dergelijke ongevallen in de toekomst te vermijden:

-Zorg ervoor dat u als werkgever in eerste instantie de risico’s van alle werkzaamheden duidelijk in kaart brengt en communiceer deze, met de nodige maatregelen, ook duidelijk met de werknemers tijdens het onthaal.

-Wijs elke werknemer ook op zijn verantwoordelijk om, voordat hij het werk begint, de risico’s te beoordelen.

-Zorg ervoor dat de werknemers weten waar ze aan het werk zijn, hoe de werkgever gecontacteerd kan worden en wie ze moeten verwittigen in geval van nood (het installeren van de app 112.be kan hieraan tegemoet komen).

-Specifiek voor de werkzaamheden met de plukwagen:

  • Gebruik de veiligheidsinstructiekaart om de werknemer te wijzen op de risico’s die gepaard gaan met het gebruik van de plukwagen.
  • De bestuurder van de plukwagen heeft een veiligheidsfunctie:
    • hij dient dus jaarlijks op medische controle te gaan bij de bedrijfsarts.
    • De werkgever moet de bestuurder een opleiding geven of laten volgen om de plukwagen correct te besturen. Zorg ervoor dat deze opleiding aangetoond kan worden.
    • De werkgever moet de werknemer bekwaam verklaren om met de plukwagen te rijden.
  • Onderstreep zeker de noodzaak om enkel in de rijen met de werknemers op het platform te rijden en hamer op de noodzaak dat iedereen dient af te stappen op het einde van de rij.
  • Tijdens het transport (alle verplaatsingen buiten de rijen) dient het platform naar beneden gelaten te worden.
  • Er kan enkel gereden worden op vlakke terreinen. Indien er toch hellende vlakken zijn, zorg er dan voor dat hierop geen bochten genomen worden.
  • Zorg ervoor dat het personeel over een veilige plukwagen kan beschikken (noodstop, correct geplaatste ladder, tussenleuning…) en dat de werknemers deze ook correct gebruiken (platformvloer even breed uitschuiven als de leuningen…)
Lees meer

Ongevalsonderzoek oogletsel

Blijvend oogletsel door weggeslingerd voorwerp tijdens bosmaaien.

Een groenaannemer gebruikt een bosmaaier met slagmes om verwilderde begroeiing langsheen een openbare weg te maaien. Plotseling krijgt de arbeider een zware slag tegen het hoofd. Een stuk materiaal werd weg gekatapulteerd door het slagmes. Het oog van de arbeider wordt zwaar beschadigd en de kans op volledig herstel miniem.

Relaas van de feiten

Door een onverwachte wijziging in de planning van de werkzaamheden had de werknemer niet de juiste persoonlijke bescherming bij zich. Gezien de werf zich op enige afstand van het bedrijf lag, was er geen mogelijkheid om deze op te halen. Hierdoor begon de werknemer met maaien zonder eerst oog- of gelaatsbescherming op te zetten.

Aandachtpunten om dergelijke ongevallen in de toekomst te vermijden

Zorg ervoor dat u als werkgever in eerste instantie de risico’s van alle werkzaamheden duidelijk in kaart brengt en communiceer deze, met de nodige maatregelen, ook duidelijk met de werknemers. Wijs elke werknemer ook op zijn verantwoordelijk om, voordat hij het werk begint, de risico’s te beoordelen. Werkt uw werknemer met de bosmaaier? Zorg dat hij vooraf een heldere instructie krijgt en maak werkafspraken aan de hand van de veiligheidinstructiekaart.

  • Zorg voor een duidelijke planning.
  • Geef uw werknemer de persoonlijke beschermingsmiddelen die hij nodig heeft. Volgens de risicoanalyse zijn dat voor het werken met de bosmaaier:
    • veiligheidsschoenen met goede grip op de ondergrond;
    • soepel zittende werkhandschoenen, bij voorkeur van leer;
    • een veiligheidsbril, bij voorkeur in combinatie met een gelaatsscherm;
    • gehoorbescherming, bij voorkeur otoplastieken;
    • signaalkleding (voor langsheen de openbare weg);
    • beenbescherming: stevige werkkleding, een veiligheidsbroek of een bosmaaierbroek.
    • Spreek mensen die de persoonlijke beschermingsmiddelen niet dragen altijd daarop aan.
Lees meer

Synthetische herbiciden voor niet-professioneel gebruik verboden voor iedereen

Synthetische herbiciden werden reeds enige tijd geleden verboden voor particulieren en niet-professionelen. Met de publicatie van het KB is het vanaf heden voor IEDEREEN verboden om deze producten nog langer aan te kopen en te gebruiken.

Een nieuw koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 26 september 2018. Het doel van dit besluit is om een aantal herbiciden voor niet-professioneel gebruik te verbieden.

De verkoop en het gebruik van de volgende herbiciden zijn vanaf 6 oktober 2018 verboden, en dit voor zowel het professionele als het niet-professionele gebruik:

Toelating

Commerciële naam

Werkzame stof(fen)

10152G/B

ENVISION CARE

glyfosaat

10101G/B

ETNA T-FREE

glyfosaat

10193G/B

GALLUP GARDEN GEBRUIKSKLAAR/GALLUP GARDEN PRET A L'EMPLOI

glyfosaat

10536G/B

GALLUP HOME AND GARDEN

glyfosaat

10027G/B

GALLUP SUPER WEEDKILLER RTU

glyfosaat

10065G/B

GLYFALL GARDEN

glyfosaat

9569G/B

GLYFOS ENVISION 7,2 G/L

glyfosaat

1180G/P

HERBI TOTAL

glyfosaat

10035G/B

KB WEEDOL PLUS SPRAY

glyfosaat + diflufenican

10479G/B

NETOSOL KLAAR VOOR GEBRUIK/PRET A L'EMPLOI

glyfosaat

10478G/B

NETOSOL KLAAR VOOR GEBRUIK/PRET A L'EMPLOI SPRAY

glyfosaat

10192G/B

NETOSOL READY

glyfosaat

10191G/B

NETOSOL SPRAY

glyfosaat

10305G/B

NETOSOL SUPER

glyfosaat

10272G/B

NETOSOL ULTRA

glyfosaat

10186G/B

PANIC FREE GARDEN

glyfosaat

10567G/B

PREMAZIN FREE

glyfosaat

9445G/B

PROP'SOL

glyfosaat

9631G/B

PROP'SOL SPRAY

glyfosaat

10329G/B

RESOLVA 24 H KLAAR VOOR GEBRUIK - PRET A L'EMPLOI

glyfosaat + diquat

9708G/B

RESOLVA 24H

glyfosaat + diquat

9709G/B

RESOLVA 24H SPRAY

glyfosaat + diquat

10009G/B

ROUNDUP EXEL

glyfosaat

10004G/B

ROUNDUP EXTRA

glyfosaat

9901G/B

ROUNDUP FAST

glyfosaat + pelargonzuur

9953G/B

ROUNDUP GEL

glyfosaat

10592G/B

ROUNDUP GEL MAX

glyfosaat

10063G/B

ROUNDUP K360

glyfosaat

10422G/B

ROUNDUP OPTIMA

glyfosaat

10415G/B

ROUNDUP OPTIMA 60

glyfosaat

10402G/B

ROUNDUP OPTIMA PLUS

glyfosaat

10401G/B

ROUNDUP OPTIMA POWER

glyfosaat

8116G/B

ROUNDUP PLUS

glyfosaat

8069G/B

ROUNDUP SPRAY

glyfosaat + pelargonzuur

10010G/B

ROUNDUP SPRAY PUMP 'N GO

glyfosaat + pelargonzuur

10442G/B

TOTAL NET EASY

glyfosaat

10639G/B

TOTAL NET PRO

glyfosaat

10638G/B

TOTAL NET PRO SPRAY

glyfosaat

10573G/B

TOTAL NET ULTRA

glyfosaat

10574G/B

TOTAL NET ULTRA SPRAY

glyfosaat

9609G/B

ULTIMA

pelargonzuur + maleïnehydrazide

9610G/B

ULTIMA SPRAY

pelargonzuur + maleïnehydrazide

9841G/B

WEEDOL ULTRA

glyfosaat + pyraflufen-ethyl

9842G/B

WEEDOL ULTRA SPRAY

glyfosaat + pyraflufen-ethyl

10734G/B

ZAPPER SPRAY

glyfosaat + diflufenican

Een procedure voor de intrekking van de toelatingen zal worden opgestart volgens artikel 29 §1 van het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik, met een beroepstermijn van 3 maanden. In overeenstemming met artikel 29 §4 van dat besluit zal de intrekking van de toelatingen na 6 maanden in werking treden.

De toelatingshouders zullen individueel op de hoogte gebracht worden van deze maatregelen.

Lees meer

Campagnelancering 'Wees alert voor asbest'

Op 25 september 2018 werd het startschot gegeven voor de campagne Wees alert voor asbest in de Koninklijke bibliotheek van België te Brussel, in het bijzijn van minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Maggie De Block.

De campagne richt zich zowel tot iedereen die actief is in uiteenlopende professionele sectoren (zoals, bouw, land-en tuinbouw, renovatiewerken,scholen...) als tot iedereen die zelf zijn woning renoveert of die nabij een asbestgevoelige buurt woont of werkt. 

De campagne zal echter pas geslaagd zijn als werkgevers-, werknemersorganisaties, de overheid, de partners en particulieren samenwerken! 

Daarom organiseerden Fedris en Constructiv al ver voor de campagnelancering een overlegplatform waarin belanghebbende partijen konden deelnemen. Zo ook Prevent Agri.

Wij zullen helpen om de doelstellingen van deze campagne te ondersteunen en uit te dragen.



WAT IS ASBEST ?

Asbest is de verzamelnaam voor een aantal mineralen dat in de natuur voorkomt. Deze zijn opgebouwd uit microscopisch kleine vezels die je niet met het blote oog kan waarnemen.

Asbest werd van 1945 tot 2001 veel gebruikt (met een piek tussen 1955 en 1985) wegens zijn praktische eigenschappen: het is hittebestendig, heeft goede thermische en akoestisch isolerende eigenschappen en het is bestand tegen de sterkste zuren en basen. Op de koop toe is het waterbestendig, goedkoop, makkelijk te ontginnen en eenvoudig te verwerken.

Er zijn dan ook meer dan 3.500 verschillende toepassingen van asbest gekend. Enkele van de meest voorkomende zijn:

  • dakbedekkingen en gevelbekledingen in asbestcement (golfplaten, gevelleien)
  • isolatiemateriaal rond leidingen en verwarmingsbuizen
  • bloembakken in asbestcement
  • vuurbestendige platen
  • remschoenen van voertuigen
  • in en onder vinylvloertegels
  • in de vorm van spuitasbest rond draagbalken
  • afdichtkoord voor kacheldeurtjes

Het is dus goed om altijd alert te blijven, want asbest kan op veel plaatsen voorkomen: in woningen, kantoren, scholen, commerciële gebouwen…

 

OPLETTEN GEBLAZEN

Intussen weten we dat asbest ook gevaarlijk is: de vezels waaruit het bestaat, adem je maar beter niet in. Na verloop van tijd (en dat gaat soms over tientallen jaren) kan het ernstige gezondheidsproblemenveroorzaken, zoals mesothelioom en asbestose.

Nu, het zijn vooral mensen die beroepsmatig in aanraking komen met asbesthoudende toepassingen die een hoog risico lopen. Maar toch zijn we met zijn allen maar beter dubbel voorzichtig wanneer we afbraak- of renovatiewerken gaan uitvoeren. Alleen als je woning of gebouw van na 2000 dateert, is de kans bijna nihil dat je met asbest in huis zit.

Net omdat het de losse vezels zijn die het grootste risico vormen, wordt er een onderscheid gemaakt tussen zogenoemde hechtgebonden materialen en niet-hechtgebonden (of losgebonden) materialen:

  • Bij hechtgebonden asbest zitten de asbestvezels stevig verankerd in het dragermateriaal. Ze kunnen niet vrijkomen tenzij het dragermateriaal verweert, veroudert of wordt beschadigd.
  • Bij losgebonden asbest zijn de asbestvezels niet goed verankerd in het dragermateriaal, zodat ze zeer gemakkelijk vrijkomen.

Dat onderscheid heeft belangrijke gevolgen voor de manier waarop er met het asbest omgesprongen moet worden.


OPLEIDING

Word je als werkgever geconfronteerd met het verwijderen van asbesthoudende materialen, voeren jouw werknemers werken uit waarbij ze het risico lopen om aan asbest te worden blootgesteld?

Dan ben je volgens de federale arbeidswetgeving verplicht om je werknemers de nodige opleidingen te laten volgen:

 

 Opleiding voor eenvoudige handelingen:

  • een basisopleiding van 8 uur
  • een jaarlijkse bijscholing van 8 uur.

 Het programma van die opleidingen ligt vast en omvat de volgende onderwerpen:

  • eigenschappen en gezondheidsrisico’s van asbest
  • soorten asbesthoudende materialen en hoe ze herkennen
  • veilige werkmethoden
  • persoonlijke beschermingsmiddelen
  • vereisten rond gezondheidstoezicht
  • afvalstoffen opslaan en verwijderen

 Opleiding voor de andere technieken, namelijk de couveusezaktechniek of de hermetisch afgesloten zone

  • een basisopleiding van 32 uur
  • een jaarlijkse herhalingsopleiding van 8 uur 

MEER INFO http://alertvoorasbest.be/

 


Lees meer

Opleidingsverstrekkers arbeidsveiligheid gezocht!

Als PREVENT AGRI zijn wij op zoek naar LESGEVERS met belangstelling voor de GROENE SECTOR, die zich wensen bij te scholen binnen het thema ‘ARBEIDSVEILIGHEID’. Ons doel is een pool samen te stellen waaruit provinciaal en regionaal kan geput worden.

 

Lijkt het je wel wat om opgenomen te worden in onze pool?

Tijdens het voorjaar van 2018 zal er gestart worden met een éérste kennismakingsronde en een gratis passende opleiding.

 


CONTACT

• Mieke Sevenans — 0473 99 96 20
• Robin De Sutter — 0479 74 42 24

Lees meer

Protocol ULO-cellen voor tuinbouwbedrijven

Prevent Agri werkte samen met de inspectie Toezicht Welzijn op het Werk en Boerenbond een protocol uit dat als leidraad kan dienen voor het uitwerken van een specifieke risicoanalyse m.b.t. ULOcellen.

Hard pitfruit, zoals appelen en peren, worden geoogst in de periode van augustus tot november.
Aangezien er jaarrond fruit van een hoge kwaliteit geleverd moet kunnen worden, wordt het vers geoogst product opgeslagen in ULO-cellen op het bedrijf.

Deze cellen kenmerken zich door een volledig gesloten systeem, waardoor de samenstelling van de atmosfeer en temperatuur gehandhaafd kan worden gedurende de gehele bewaarperiode. Meer specifiek gaat het over een lage temperatuur, een zeer laag zuurstofgehalte en een verhoogd CO2-gehalte.

Na het vullen van de ULO-cellen met fruitpalloxen, worden de cellen hermetisch van de omgevingslucht afgesloten.

Er zijn twee momenten tijdens dit bewaarproces waarbij de fruitteler deze gesloten atmosfeer moet onderbreken.

Een eerste, kortstondige, actie is het nemen van de periodieke monsters om de kwaliteit te controleren. Een tweede moment van langdurige onderbreking is het op omgevingslucht zetten van de cel.

Het downloadbare document kan dienen als leidraad voor het opstellen en/of realiseren van enkele (levens)noodzakelijke acties in bedrijven waar zich ULO-cellen bevinden.

Protocol

Lees meer

Bijkomende fytolicentie nodig voor bepaalde producten

De wetgeving over de fytolicentie bepaalt dat voor gewasbeschermingsmiddelen met een verhoogd risico de bijkomende fytolicentie Ps ‘Specifiek professioneel gebruik’ nodig is.

Onlangs werd op de erkenningsakte opgenomen dat de bijkomende fytolicentie Ps ook vereist is voor de actieve stof dazomet, die gebruikt wordt voor bodemontsmetting.

De fytolicentie Ps wordt beperkt tot één of meerdere werkzame stoffen. Deze fytolicentie was al eerder vereist voor de begassingsproducten sulfuryldifluoride (Profume) en Al- en Mgfosfide (Quickphospellets en -tablets en Degesch Plates B), die vooral gebruikt worden voor ruimteontsmetting. Ook voor chloorpicrine was ze vereist tijdens de laatst goedgekeurde periode van 120 dagen in 2016. Sindsdien werd de verplichting ook ingevoerd voor de bodemontsmettingsmiddelen metamnatrium (Solasan, Terrasan) en metamkalium (Tamifume SL).

Het erkenningscomité heeft nu beslist om deze vereiste ook in te voeren voor de lopende erkenning van het bodemontsmettingsmiddel dazomet (Basamid, Dazoclean). Voor dazomet gaat de verplichting in vanaf 1 maart 2018. Wie op dat moment niet over de vereiste fytolicentie Ps beschikt, zal deze producten niet meer mogen toepassen en ze ook niet meer kunnen aankopen. De metamproducten en dazomet genereren MITC, waardoor je ze met één specifieke fytolicentie kan toepassen. Wie al een fytolicentie Ps haalde voor metamproducten kreeg een bericht dat ze uitgebreid is met dazomet.

 

Hieronder vindt u de middelen terug waarvoor een fytolicentie Ps is vereist

                                                                                                                                                                             (Bron:Fytoweb)

 

De gebruiks-, verkoops- en opslagvoorwaarden van dergelijke middelen vindt u terug in de uitgebreide ‘Gids fytolicentie’.  


Examen afleggen

Per specifieke fytolicentie Ps die je wilt behalen moet je een examen afleggen. Om te kunnen deelnemen aan het examen, moet je minstens 21 jaar oud zijn en beschikken over een fytolicentie P2 of P3. Omdat je dus al houder moet zijn van een fytolicentie, beperkt het examen zich tot een aantal specifieke kennisvereisten over de actieve stof(fen) waarvoor je het examen aflegt. Het gaat over de specifieke toepassingstechnieken zoals begassing, bodeminjectie of druppelirrigatie. Daarnaast worden er vragen gesteld over de specifieke maatregelen die je moet nemen om de risico’s voor de toepasser, de omwonenden en het leefmilieu te beperken – onder andere specifieke bufferzones respecteren, waarschuwingsborden plaatsen en de bodem na de toepassing afdekken met gasdichte folie.

 

Copyright Boerenbond

Lees meer

Verbod op het gebruik van bepaalde hulpstukken bij bosmaaiers

Uitrustingsstukken uit meer dan 1 metalen onderdeel zijn verboden!

 

Voorbeeld van een verboden kop met ketting

 

Bosmaaiers worden veelvuldig gebruikt voor het onderhoud van graskanten, onkruiden, kleinere boompjes en ondergroeiende vegetatie.

 

Onderdelen

Naast de motor en as, is het snijgarnituur het belangrijkste onderdeel van deze machine.

Bij de standaarduitvoering bestaat dit onderdeel uit een bobijn met nylondraad of uit een vast mes uit 1 stuk.

 

Risico bij gebruik van niet toegelaten onderdelen

Via verschillende kanalen worden er echter regelmatig onderdelen te koop aangeboden die bestaan uit een aantal kettingschakels, maar ook uit stalen bladen, messen en zelfs stukken ketting van een kettingzaag....

De metalen onderdelen van dergelijke uitrustingsstukken worden bij gebruik continu blootgesteld aan hoge mechanische belastingen, aangezien ze in contact komen met stenen, palen en andere solide structuren. Door deze belasting kunnen er delen afbreken, waarna ze met een hoge snelheid weggeslingerd worden. Door de katapultwerking van deze uitrustingsstukken, zullen losliggende steentjes en andere harde materialen met een hogere snelheid weggeslingerd worden, dan wanneer de standaardhulpstukken gebruikt worden.

 

Algemeen verbod!

Om ongevallen te vermijden vaardigde de Europese Commissie een directieve uit, waardoor de lidstaten dus moeten zorgen voor een totaalverbod op het verkopen en gebruiken van uitrustingsstukken voor bosmaaiers, die bestaan uit verschillende metalen onderdelen.

Volgens de geharmoniseerde standaard voor bosmaaiers EN ISO 11806:2008 moeten deze machines en hun uitrustingsstukken immers voldoen aan verschillende eisen. Deze standaard voorziet geen enkele mogelijkheid om uitrustingstukken te gebruiken die bestaan uit meer dan 1 metalen onderdeel. Ook de standaard aangebrachte beschermingskappen zijn niet voorzien om de hogere impact van wegslingerende onderdelen (Annex I van 2006/42/EC).

Lees meer

Keuze en plaatsing van draagbare blustoestellen

Draagbare blustoestellen zijn een eerste interventiemiddel en collectief beschermingsmiddel bij brand en dus onmisbaar, alsook verplicht, op ieder bedrijf.

Toelichtingstabel bij de keuze van het blustoestellen.

Brandklassen
 
Blusmiddelen

 

 
 
Aantal
1 bluséénheid per 150m² met een minimum van 2 eenheden per verdieping (1 bluséénheid= 10kg CO2/ 6kg poeder/ 6L schuim)
 
 
 
Éénmaal geplaatst
-3-maandelijkse controle door een verantwoordelijk, aangeduid persoon (plaatsing, toegankelijkheid, beschadigingen, leesbaarheid gebruiksaanwijzing,...) 
Zorg voor een registratie van deze controles!
 
-jaarlijks onderhoud uitgevoerd door een bevoegd persoon werkzaam bij een erkend bedrijf

 

Lees meer

Alcohol- en drugbeleid in de praktijk (CAO 100)

Problematisch gebruik van alcohol en andere drugs komt in elke organisatie voor. Alcohol, psychofarmaca en illegale drugs maken nu eenmaal deel uit van onze samenleving. De schadelijke effecten van deze middelen stoppen niet aan de deur van je organisatie

Op 1 april 2009 werd de Cao nr. 100 'omtrent een preventief alcohol- en drugbeleid in de onderneming' gesloten. Je organisatie en je medewerkers hebben baat bij een preventief alcohol- en drugbeleid. Met zo'n beleid kunnen functioneringsproblemen ten gevolge van alcohol of andere drugs immers voorkomen of snel opgespoord worden.


Waarom een beleid?


Wat zijn de vereisten van Cao 100?

  • Fase 1

Tegen 1 april 2010 dienden private organisaties de uitgangspunten (de onderliggende visie) en doelstellingen (wat de organisatie wil bereiken) van hun alcohol- en drugbeleid te bepalen en op te nemen in een beleids- of intentieverklaring. De beleidsverklaring kon vervolgens zonder procedure tot wijziging aan het arbeidsreglement toegevoegd worden.
Dat is de zogenoemde fase 1.

  • Fase 2

Naast het verplichte deel voorziet de cao een tweede, facultatieve, fase. De uitgangspunten en doelstellingen uit de beleidsverklaring kunnen immers uitgewerkt worden in een echt beleid 'voor zover de realisatie van de uitgangspunten en doelstellingen dit vereist". Om een efficiënt beleid te realiseren zal fase 2 doorgaans nodig zijn.

Tot de tweede fase behoort de uitwerking van regels, procedures, werkwijze bij werkonbekwaamheid en (preventieve) testen. Voor de opname van deze regels, werkwijzen en procedures in het arbeidsreglement is de procedure tot wijziging wel vereist.


Vijf krachtlijnen van Cao 100

  • nadruk op het verminderd functioneren van de werknemer (niet op het eventuele alcohol- of ander druggebruik)
  • stapsgewijze opbouw van het beleid
  • belang van dialoog en consensus
  • het beleid dient op maat van de onderneming te zijn
  • het beleid geldt voor iedereen, van hoog tot laag

 

 

 

Hoe ver staat uw bedrijf met haar alcohol- en drugbeleid?

Q-ADO 2.0 toont u de weg.

Doe de test!

 

Als werknemer kunt u in uw omgeving geconfronteerd worden met problematisch gebruik van alcohol en andere drugs, met pilgebruik, met een gok- of internetverslaving. Het kan uw directe collega zijn, maar ook iemand van een andere afdeling, een leverancier of zelfs een leidinggevende.
Of misschien stelt u zich vragen bij uw eigen alcohol- of druggebruik, op of buiten het werk.

Wat kunt u doen als een collega een alcohol- of drugprobleem heeft?
Wat kan en mag uw werkgever doen?
En wat als u zich zorgen maakt over uw eigen gebruik?

De DrugLijn helpt u verder.

Op www.druglijn.be vindt u:

  • informatie over alcohol, andere drugs, pillen en gokken (Drugs ABC)
  • tips om om te gaan met het gebruik van iemand uit uw omgeving
  • antwoorden op veelgestelde vragen

Test uw kennis of gebruik

Test uw kennis over alcohol en andere drugs. Op www.druglijn.be kunnen volwassen gebruikers vanaf nu kosteloos en anoniem aan de slag met kennistests, zelftests en zelfhulpprogramma's. Verder zijn er zelfhulpboekjes voor gebruikers, partners en kinderen van gebruikers beschikbaar.

Maakt u zich zorgen over uw eigen gebruik? Doe de test op www.druglijn.be.

 

Brochure NAR: Een preventief alcohol- en drugsbeleid in de onderneming: Alcohol-drugs-NL.pdf

Lees meer

Inventarisatie ongevallen

Ieder ongeval op uw bedrijf dient geregistreerd te worden. Via het downloadbare inventarisatiedocument (Inventaris Gebeurde Arbeidsongevallen) krijgt U een voorbeeld van hoe dit best gebeurt.

Het bijhouden van een register van interventies in het kader van de eerste hulp, maakt essentieel deel uit van het preventiebeleid met als doel:

  • andere gelijkaardige ongevallen te voorkomen,
  • toe te laten de organisatie van de eerste hulp te evalueren en aan te passen,
  • een andere periodiciteit toe te laten in de organisatie van de bijscholing,
  • het element van bewijs bij lichte arbeidsongevallen die niet door de werkgever aan de arbeidsongevallenverzekeraar moeten worden aangegeven
  • om een juridische zekerheid te waarborgen indien, in voorkomend geval, de eerste hulp niet tijdig of slecht werd toegediend.
  • In het kader van de welzijnswet wordt de hulpverlener als werknemer beschouwd en kan hij niet strafrechtelijk vervolgd worden in het kader van deze wet aangezien de verantwoordelijkheid voor het nemen van maatregelen inzake de eerste hulp rust op de werkgever. De hulpverlener is vanzelfsprekend wel onderworpen aan de sancties die de werkgever heeft vastgesteld in het kader van hun contractuele relaties. In geval van een zware fout begaan door de hulpverlener, zal het gemeen recht (burgerlijk of strafrechtelijk) worden toegepast, zoals voor elke andere burger.

In het register moeten minstens de volgende elementen worden opgenomen:

  • de naam van het slachtoffer,
  • de naam van de persoon die de eerste hulp heeft toegediend,
  • de plaats, de datum en het uur van het ongeval, evenals een beschrijving en de omstandigheden van het ongeval, met het oog op de vrijstelling van aangifte van deze ongevallen aan de arbeidsongevallenverzekeraar en het behoud als element van bewijs in geval van verergering,
  • de datum en het uur van de interventie,
  • de aard van de interventie (aard van de kwetsuren, type en middelen van eerste hulp, follow-up na de eerste hulp, …),
  • de identiteit van eventuele getuigen.

Voorbeeld Inventaris Gebeurde Arbeidsongevallen

Lees meer

Leeftijdsgrens toegestane werkzaamheden stagiairs daalt van 18 naar 16 jaar.

De leeftijdsgrens voor het manipuleren van machines door stagiairs wordt verlaagd, mits bepaalde voorwaarden.

Initieel mochten stagiairs onder de 18 jaar, die tewerkgesteld werden in een bedrijf, geen machines manipuleren. Deze leeftijdsgrens werd door een wijziging van het KB van 3 mei 1999 betreffende de bescherming van jongeren op het werk en van het KB van 21 september 2004 betreffende de bescherming van stagiairs, verlaagd naar 16 jaar.

 

Dit kan evenwel onder bepaalde voorwaarden:

-de activiteiten of de aanwezigheid van de stagiair op bepaalde plaatsen zijn onontbeerlijk voor de beroepsopleiding.

-de werkgever zorgt ervoor dat deze personen een adequate opleiding hebben ontvangen ifv de sector waarin de activiteit wordt uitgevoerd of ziet erop toe dat zij de nodige beroepsopleiding hebben ontvangen.

-de werkgever treft effectieve preventiemaatregelen en zorgt voor controle op de naleving hiervan.

-de werkgever ziet erop toe dat de activiteiten en de aanwezigheid van de stagiair kunnen plaatsvinden in het bijzijn van een ervaren werknemer

Lees meer

Sectorgerichte pictogrammen en signalisatie aan voordeeltarief

Prevent Agri bereikte een unieke overeenkomst met OTM

OTM, het bedrijf waar de Federale overheid reeds meer dan 30 jaar beroep op doet voor de productie van de officiële plaat, heeft een uieke overeenkomst met Prevent Agri.

Sectorgerichte pictogrammen en signalisatie zijn vanaf heden te verkrijgen aan voordeeltarief via onderstaande bestelbonnen.

Bestelbon Pictogrammen

Bestelbon Signalisatie

 

Lees meer

Importeur moet Antigifcentrum (opnieuw) informeren over gevaarlijk mengsel

Elke importeur of downstreamgebruiker die een gevaarlijk mengsel in de handel wil brengen in België, is verplicht om het Antigifcentrum op de hoogte te brengen.

 
20 mei 2016

Elke importeur of downstreamgebruiker die een gevaarlijk mengsel in de handel wil brengen in ons land, is verplicht om het Nationaal Centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties (Antigifcentrum) op de hoogte te brengen. Deze verplichting bestond eigenlijk al, maar ze werd in 2015 per vergissing opgeheven en wordt nu weer ingevoerd bij koninklijk besluit van 21 april 2016.

Mengsels die op basis van de Europese CLP-verordening ingedeeld zijn als gevaarlijk wegens hun gevolgen voor de gezondheid of hun fysische effecten, moeten ten laatste 48 uur vóór het in de handel brengen, aangemeld worden bij het Antigifcentrum. Het Antigifcentrum werd immers aangewezen als het orgaan dat volgens de Europese Reach-wetgeving in ons land verantwoordelijk is voor het ontvangen van informatie in verband met de gezondheid, met het oog op de respons op noodgevallen. De meldplicht ligt bij de importeur of downstreamgebruiker. Die moet de volgende gegevens overmaken aan het centrum:

  • de volledige chemische samenstelling van het mengsel, het veiligheidsinformatieblad, en "alle informatie die nodig is voor de uitvoering van de taak van het centrum". Volgens het KB bestaat de taak van het Antigifcentrum uit het bieden van hulp aan de slachtoffers van intoxicaties, veroorzaakt door schadelijke chemische en biologische stoffen, en het treffen of bevorderen van de nodige maatregelen om dergelijke intoxicaties te voorkomen en te genezen; en
  • een 'apart formulier' met:
    • de gegevens op het etiket;
    • de contactgegevens van de persoon die het technische dossier over het mengsel bijhoudt;  eventueel een kopie van de beslissing van het Europees Chemieagentschap over een verzoek tot het gebruiken van een andere chemische naam;
    • de datum van de meest recente versie van het veiligheidsblad dat werd opgesteld in uitvoering van de Europese Reach-verordening; en
    • de datum van de meest recente kennisgeving aan het Antigifcentrum die betrekking had op dat gevaarlijke mengsel. Het KB bevat géén model van een dergelijk formulier.

De importeur of downstreamgebruiker moet een bewijs van verzending van het dossier bewaren. Het Antigifcentrum zal op zijn beurt een kopie van het 'aparte formulier' bezorgen aan de Dienst Risicobeheersing van Chemische Stoffen van de FOD Volksgezondheid. Een importeur of downstreamgebruiker die een gevaarlijk mengsel aangeeft aan het Nationaal Centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties, moet terzelfder tijd een eenmalige retributie van 200 euro betalen.De extra bijdrage van 400 euro voor personen die het recht op geheimhouding inroepen, wordt echter geschrapt.

We wijzen er tot slot nog even op dat er een gelijkaardige informatieplicht bestaat voor bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik, voor biociden, en voor bepaalde cosmetica.

In werking: 9 mei 2016 (d.i. dag van publicatie in BS).

 

Bronnen

  • Koninklijk besluit van 21 april 2016 inzake kennisgeving van mengsels die als gevaarlijk worden ingedeeld wegens hun gevolgen voor de gezondheid of hun fysische effecten aan het Nationaal Centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, BS 9 mei 2016.
  • Artikel 13 van het KB van 11 januari 1993 tot regeling van de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten met het oog op het op de markt brengen of het gebruik ervan, voor de opheffing ervan door art. 27 van het KB van 11 februari 2010 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 mei 1982 en van het koninklijk besluit van 11 januari 1993, en tot opheffing van de koninklijke besluiten van 25 februari 1996, 5 oktober 1998 en 18 juni 2003, ter implementatie in Belgisch recht van de Verordening (EG) nr. 1907/2006 en van de Verordening (EG) nr. 1272/2008.
  • Aangifte van gevaarlijke mengsels, Belgisch Antigifcentrum.
  • Carine Govaert, senTRAL Nieuws - 10 mei 2016
(Bron: Attentia)
Lees meer

Belgische Drone-wetgeving van kracht

Op 15 april verscheen in het Belgisch Staatsblad de wetgeving die het gebruik van drones in het Belgische luchtruim regelt. Dat maakt dat dronebedrijven vanaf vandaag professionele vluchten mogen uitvoeren. Het gaat om het 'Koninklijk besluit met betrekk

Op 15 april verscheen in het Belgisch Staatsblad de wetgeving die het gebruik van drones in het Belgische luchtruim regelt. Dat maakt dat dronebedrijven vanaf vandaag professionele vluchten mogen uitvoeren.

Het gaat om het 'Koninklijk besluit met betrekking tot het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen in het Belgisch luchtruim'. Die breidt de wet uit 1919 op de regeling der luchtvaart aan waardoor voortaan ook onbemande vliegtuigen of RPAS (Remotely Piloted Aircraft System), doorgaans ook beken als drones, mogen vliegen onder bepaalde omstandigheden.

Professionele activiteiten

De wetgeving is vooral belangrijk voor bedrijven die professioneel aan de slag willen met drones. Zij mochten tot nu toe enkel vliegen voor experimentele doeleinden maar nu kunnen ook deze spelers hun commerciële activiteiten ontwikkelen.

De wetgeving

De wetgeving zelf liet al enkele jaren op zich wachten. Een jaar geleden lagen de regels al wel in grote lijnen vast in een KB met onder meer examens voor professionele piloten. Maar het Directoraat-Generaal voor de Interne Markt van de Europese Commissie had in het najaar van 2015 nog bijkomende opmerkingen. Deze zijn terug te vinden op de website van FOD Mobiliteit.

Meer informatie

·        Publicatie in het Staatsblad

·        Vlieg veilig met je drone dankzij UniFly - Knack Datanews

·        BeUAS - De Belgische Federatie voor de Onbemande Luchtvaart

Lees meer

"Veiligheid in bedrijf"

Ieder audit-aanvragend bedrijf in de Groene Sector waarbij Prevent Agri op bezoek gaat voor het uitvoeren van een veiligheidsaudit ontvangt deze sticker.

 
Een 'keurmerk' in de strikte zin van het woord kan je de Prevent Agri-sticker niet noemen. Wel een bewijs dat het bedrijf in kwestie zich bewust is van het veiligheidsverhaal en hier al dan niet al enkele stappen in genomen heeft of die zeker naar de toekomst toe nemen zal.

Vandaar ook de dubbele interpretatie van de slogan...

Lees meer